Het ziet er gelukkig naar uit dat carnaval volgend jaar weer gevierd kan worden – als vanouds. Dat is goed nieuws voor de leden van de vele verenigingen die de praalwagens bouwen. En natuurlijk voor alle mensen die zich jaarlijks onderdompelen in het feestgedruis.

Carnaval is onder de rivieren de hoeksteen van de volkscultuur. Het bewijst dat de inwoners van Noord-Brabant en Limburg anders zijn dan de protestantse Hollanders en overige landgenoten. Toch is de toekomst van het carnaval ook na de coronacrisis bepaald niet zorgeloos.

De kern van het probleem ligt besloten in het fenomeen ‘volkscultuur’. Binnen het cultuurbeleid zit dat tussen twee vuren. Aan de ene kant dreigt de status van immaterieel erfgoed, samen met het stoelenmatten in Zundert en het prijsdansen in Nieuw-Vossemeer. Volgens cultuurhistoricus Gerard Rooijakkers is het code oranje: ‘Jongeren hebben geen zin meer om zich voor zo’n lange tijd aan iets te verbinden.’ Carnavalsverenigingen verliezen daardoor hun vanzelfsprekende plaats in de gemeenschap. In dat opzicht wordt carnaval langzamerhand iets van vroeger tijden, het sepiakleurige object van nostalgie.

Aan de andere kant dreigt de politieke missie om de ‘witte cultuur’ als een kleurplaat in te kleuren. Carnaval wordt dan gedwongen om te veranderen in een inclusief feest: van, voor en door ‘iedereen’. Een Bredase huisarts zet zich in voor de inburgering van statushouders in Kielegat: ‘Carnaval zit mij in het bloed, maar dat geldt natuurlijk niet voor deze mensen.’ Daarnaast staat ook de positie van de man als prins carnaval ter discussie. Een halve eeuw na prinses Anny (Someren-Heide, 1969) wijzigde Tilburg als eerste grote Brabantse stad de statuten, zodat een vrouw als Prins kan worden benoemd.

Wanneer volkscultuur vervlochten raakt met populisme, is het feest snel voorbij

En dan is er nog die andere dreiging, als brisante optelsom van de beide vuren: het populisme. In zijn succesjaar 2019 zei Thierry Baudet: ‘Onze volkscultuur is ons ontnomen, we hebben geen liederen meer, geen dansen meer.’ Bij hem geen nostalgie, maar bittere woede. Onder het mom van ‘ons’ en ‘we’ zaait hij wantrouwen. Wanneer volkscultuur vervlochten raakt met populisme, is het feest snel voorbij.

DINGEMAN KUILMAN


Dit artikel is onderdeel van ZL Podium en valt buiten de verantwoordelijkheid van de hoofdredactie.