Toen Walter Swennen (1946) vijf was, namen zijn ouders een rigoureus besluit. Ze lieten het Vlaams achter zich en adopteerden het Frans als voertaal in hun huishouden. Het maakte een diepe indruk op de kleuter en bezorgde hem een levenslange fascinatie voor taal. Tijdens zijn studie psychologie, na een opleiding aan de kunstacademie, verdiepte Swennen zich in het werk van Jacques Lacan. Centraal daarin staat het begrip van taal als symbool voor iets anders dat we nooit kunnen kennen voorbij...