Nog maar net ontwaakt uit een onrustige droom ontdekte ik op een ochtend een reusachtig insect in de badkamer. Van voorste antennes tot achterste schenen zo’n zes centimeter lang. Aan accessoires geen tekort: ik telde zes poten, in verschillende maten en uitvoeringen, en vier voelsprieten, korte en lange, voor dichtbij en veraf. De geloken vleugels waren uitgevoerd in camouflagekleuren, metallic, net als het schubachtige lijf eronder. Met mijn wazige ochtendogen keek ik naar de hor in het raam, de eerstelijnsverdediging...