Uit de interviews met Herman Koch, vorig weekend, over zijn nieuwe boek, die vooral over zijn ziekte gingen, begreep ik dat hij de momenten koestert dat hij niets omhanden heeft. En niets om over na te denken. In De Standaard: ‘Mijn mooiste zinnen heb ik geschreven op de momenten waarop ik niet nadacht. Ze rolden eruit. (…) En nadien ben je verbaasd over wat je op papier hebt gezet.’ In De Volkskrant: ‘Als je in de wachtkamer zit, niets doen....