De duif op de schoorsteen, elke ochtend bij het krieken van de dag. De niet aflatende haan achter gindse heuvel. De motorzaag, verderop in het landschap. Een graafmachine. De sleutel van de schuur past niet meer, een raadsel, hij hangt aan hetzelfde ringetje als voorheen. Het gras is dor als stro, de zomer was heet, soms meer dan veertig graden. De druivelaars hebben het zwaar, op één na, die zet de andere mooi te kijk. Ik breng ze water, zie...