Paula Modersohn-Becker brak rond 1900 de schilderkunstige grenzen open. Toch werd haar buitengewone talent door veel tijdgenoten niet opgemerkt, constateert BEN VAN MELICK. “Ik ben ik, ik ben niet te reduceren tot Paula Becker of Paula Modersohn-Becker.” “Bij het naakttekenen ’s avonds zijn de Fransen zo vol van lentekriebels dat ze het ene chanson na het andere aanheffen”, noteert Paula Modersohn-Becker op 15 mei 1900 in haar Parijse dagboek. “Ze zijn als champagne. Helaas worden ze ook net zo gauw...

geluksvogel illustratie

Dit artikel is alleen toegankelijk voor Zout-abonnees.

Log in als u al abonnee bent of klik hier als u het wil worden.
Zout bestaat dankzij lezers zoals u. In 2025 zoeken wij 1200 abonnees. Sluit u nu aan!

Abonneer nu