De schenking van de kunstcollectie van DSM-Firmenich aan de stad Heerlen past in een trend, ziet EDO DIJKSTERHUIS. Bedrijfscollecties fungeren niet langer als decoratie van kantoortuin en kantine, maar worden elders ingezet. ‘Werknemers willen liever een verticale tuin of een pingpongtafel dan een schilderij.’ Sommige medewerkers reageerden verbolgen op de keramische figuren die de Maastrichtse beeldhouwer Han van Wetering in de ontvangsthal van DSM had neergezet. Was dit kunst of een grap? De plastic sculptuur die Maarten Vanden Eynde van...
plastic soep uit de oceanen had gemaakt, zaaide verwarring. Was dit kritiek op hun werk? People Planet Profit van Barbara Broekman daarentegen bracht een glimlach op de gezichten van het passerend personeel. Het monumentale vloerkleed vulde de grijze entreeruimte van het voormalige hoofdkantoor in Heerlen met warmte en kleur. Deze door kunst opgewekte emoties zijn verleden tijd nu DSM-Firmenich zijn kunstcollectie aan de gemeente Heerlen heeft geschonken. De stad heeft cultuurhuis Schunck aangewezen als beheerder. ‘De verhuizing van het hoofdkantoor van Heerlen naar Maastricht was de belangrijkste reden voor de schenking’, vertelt Catharien Romijn, die 23 jaar lang curator was van de DSM-collectie. ‘In het nieuwe pand is enkel ruimte voor een paar grote werken. Er wordt bovendien gewerkt met flexplekken, niet meer met de individuele ruimtes waarvoor werknemers een eigen kunstwerk mochten uitkiezen. En DSM is gefuseerd met het Zwitserse Firmenich, waardoor het echt een ander bedrijf wordt.’ Navid Nuur, As We Become One (2021). 3 spiegels, 2 stalen structuren. Collectie AkzoNobel Art Foundation / Gemeente Dordrecht Zo komt een einde aan een geschiedenis die teruggaat tot 1952. Toen bestond Dutch State Mines (DSM) een halve eeuw en maakte het bedrijf 45.000 gulden – een stevige som destijds – vrij om werk aan te kopen van kunstenaars die wonen, werken of zijn opgeleid in Limburg. Die regionale focus is altijd de kern van de verzameling gebleven, met onder meer prachtig hedendaags werk van Tanja Ritterbex, Aline Thomassen, Keetje Mans, Paul Drissen en Bas de Wit, maar met de internationalisering van het concern werden de netten allengs breder uitgeworpen. Zo kreeg de Argentijns-Britse Studio Orta opdracht voor een installatie over waterschaarste en deed DSM samen met de Chinese kunstenares Cao Fei onderzoek naar de productie van een bijzonder sportdrankje. ‘De collectie heeft altijd gefungeerd als spiegel van het bedrijf’, zegt Romijn, ‘en van de maatschappij waarbinnen het bedrijf opereert.’ Van die collectie zijn 450 werken overgedragen, waarvan de helft op dit moment onder de titel Rooted in Change wordt tentoongesteld in Schunck. Veertig historisch getinte werken worden getoond in het plaatselijke Mijnmuseum. En in het stadhuis zijn de modernistische werken uit de vroege verzamelperiode te zien. ‘Bedrijven stoten vaker werk af, maar dat een complete collectie wordt geschonken gebeurt niet elke dag’, zegt Arnold Witte, universitair hoofddocent aan de Universiteit van Amsterdam en auteur van tientallen publicaties over bedrijfscollecties. ‘Maar bij fusies of bezuinigingen gaat het mes altijd het eerst in de kunst. Die is geen corebusiness, en kost geld. De wijze hoe je het aanpakt heeft gevolgen voor je imago. BAT is het enige Nederlandse bedrijf dat zonder pardon zijn collectie op de veiling heeft gegooid, maar als tabaksfabrikant trokken zij zich toch al weinig aan van de publieke opinie. ING en verzekeraar NOG gingen DSM voor als grootschalige schenker. De eerste droeg een groot deel van haar kunstbezit over aan het Drents Museum en de NOG-collectie werd ondergebracht bij Stedelijk Museum Schiedam.’ De DSM-schenking past volgens Witte in een trend. De grote, kwalitatief hoogwaardige bedrijfscollecties die in de tweede helft van de 20ste eeuw zijn gevormd, gaan in veel gevallen een volgende fase in. ‘De collecties waren meestal opgezet vanuit een verheffingsideaal. Kunst zou zorgen voor een prettige werkomgeving die medewerkers niet alleen blij en tevreden zou maken maar ook productiever. Die motivatie zie je nu eigenlijk alleen nog bij bedrijfscollecties van ziekenhuizen.’ Vloerkleed People Planet Profit van Barbara Broekman in het voormalige DSM hoofdkwartier. foto Sjra Schoffelen Bij andere bedrijven zorgen veranderingen in kantoorarchitectuur – meer open ruimtes, flexplekken en ‘verglazing’ – voor steeds minder wanden om kunst op te hangen. Een nieuwe generatie werknemers wil bovendien liever een verticale tuin of een pingpongtafel dan een schilderij. Veel kunst is de bedrijven ook simpelweg ontgroeid en te museaal geworden voor een kantoortuin of kantine, stelt Witte. Als voorbeeld noemt hij het werk van Jan Schoonhoven dat KPN liet maken voor het postkantoor van zijn geboorte- en woonplaats Delft. Het postbedrijf schonk het werk een paar jaar geleden aan het Rijksmuseum in Amsterdam. De internationaal vermaarde Jan Schoonhoven (1914-1994) werkte een groot deel van zijn leven bij de PTT, de voorganger van KPN. Daar staat tegenover dat veel kunst in bedrijfscollecties van minder grote namen is. ‘Het werk van vaak jonge kunstenaars, het heeft nog geen vaststaande interpretatie en leent zich goed voor het vertellen van het verhaal van het bedrijf. Maar als de bedrijfscollectie ouder wordt en de kunstenaars in de verzameling gevestigde namen worden, wordt de situatie minder flexibel. Het werk vertelt dan het verhaal van de kunst en niet van het bedrijf.’ De tijd dat het bedrijfscollecties ging om ‘decoreren en inspireren’ is definitief voorbij, stelt ook Hester Alberdingk Thijm, die in 1996 aan de wieg stond van de AkzoNobel Art Foundation. Tien jaar geleden opende de verfgigant een eigen kunstruimte in het hoofdkantoor, een stap die ook genomen is door onder andere projectontwikkelaar BPD in Amsterdam en Würth in Den Bosch. ‘Je moet als bedrijfscollectie een heel actief beleid voeren om zichtbaar en relevant te blijven’, stelt zij. ‘Daarom wisselen we de tentoonstelling regelmatig en zorgen we altijd voor begeleidende teksten. Per jaar geven we honderden rondleidingen, voor schoolklassen maar ook voor Aziatische delegaties van vertegenwoordigers.’ Net als DSM-Firmenich, dat tien jaar lang de Bonnefanten-kunstprijs BACA ondersteunde en tentoonstellingen maakte met Schunck en Museum De Domijnen in Sittard, werkt AkzoNobel regelmatig samen met musea. In de tentoonstelling True Colors (2024) werden werken uit de bedrijfscollectie gecombineerd met stukken van het Kunstmuseum in Den Haag. En onlangs kocht AkzoNobel samen met het Dordrechts Museum een werk van Navid Nuur, een publiek-private primeur voor Nederland. ‘We hebben het contract zodanig opgesteld dat als er bij ons iets fundamenteel verandert, het werk automatisch aan het museum vervalt’, vertelt Alberdingk Thijm. ‘Ik heb inmiddels vijf ceo’s meegemaakt en ik moest ze elke keer weer overtuigen van de waarde van kunst’ De AkzoNobel Art Foundation valt direct onder de directie en zit daarmee dicht bij het vuur van de macht, maar die positie is geen garantie. De recente fusie van Akzo met het Amerikaanse Axalta Coating Systems heeft volgens Alberdingk Thijm vooralsnog geen gevolgen voor de collectie, maar, geeft zij toe, ‘ik heb inmiddels vijf ceo’s meegemaakt en ik moest ze elke keer weer overtuigen van de waarde van kunst.’ Behalve de profilering via eigen tentoonstellingsruimtes ziet Arnold Witte nog een andere ontwikkeling in bedrijfscollectieland. ‘Kunstenaars worden binnengehaald als ontregelaars. Zij kunnen veranderingsprocessen in werking zetten en zorgen voor een andere blik op de organisatie. De discussie is belangrijker dan een fysiek eindproduct. En omdat de kunstenaar van buiten komt, is het niet erg als dingen niet uitpakken zoals gehoopt. Die is daarna toch weer weg.’ Rabobank heeft op deze manier al een flinke lijst kunstenaars in huis gehad, van Arne Hendriks die de kapitalistische groeinorm van bankiers kritisch onder de loep nam tot Carlijn Kingma die het geldsysteem in grote tekeningen in kaart bracht als ‘ongelijkheidsmachine’. ‘Het Rabo Art Lab is een virtuele werkplaats, een vrije ruimte binnen de bank waar kunst gesprekken mogelijk maakt die anders niet snel plaatsvinden’, stelt Verily Klaassen, Hoofd Kunstzaken Rabobank. ‘Bij de recente presentatie van Henk Wildschuts foto- en filmproject over Natura 2000-gebieden waar boeren hun bedrijven moeten verkopen, waren niet alleen de betrokken boeren en hun gezinnen aanwezig maar ook ecologen en onze directeur Food & Agri Nederland. Het was een emotionele bijeenkomst maar er werd op menselijk niveau met elkaar gepraat.’ Aline Thomassen, z.t. (2001). Uit de voormalige DSM-collectie, nu te zien in Schunck Heerlen Ruim 90.000 bezoekers ontving Rabobank vorig jaar in haar kunstruimte in Het Depot van Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam, waar ook regelmatig delen van de collectie te zien zijn. Verily Klaassen steekt veel tijd en energie in het zo direct mogelijk betrekken van zowel bankpersoneel als publiek. ‘We willen kunst niet presenteren in een apart hoekje, alleen voor kenners. Het gaat over belangrijke maatschappelijke thema’s, zoals ‘werkende armen’ in het project dat Yuri Veerman en Rune Peitersen nu uitvoeren. Ons ultieme doel is dat toeschouwers veranderen in deelnemers.’ Wat bedrijfscollecties individueel doen, gebeurt ook collectief via de Vereniging Bedrijfscollecties Nederland (VBCN), die is opgericht in 2004 en inmiddels ruim vijftig leden telt. Het meest recente wapenfeit: het opzetten van een database met de namen van alle kunstenaars die vertegenwoordigd zijn in bedrijfscollecties. ‘Hiermee kunnen we musea beter inzicht geven in wat er allemaal beschikbaar is’, vertelt Ali Keles, eigenaar-directeur van Lakeside Capital Partners en voorzitter van de VBCN. ‘Het gaat om in totaal zo’n 150 duizend werken. Dat is evenveel als de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen.’ ‘Bedrijven zien het als onderdeel van hun sociale verantwoordelijkheid, ze willen iets teruggeven aan de maatschappij’ Keles memoreert dat de tijd dat musea de bedrijfscollecties niet altijd even serieus namen, voorbij is. ‘In financieel zware tijden, waarin musea steeds hogere lasten hebben en beperkte aankoopbudgetten, kunnen wij ondersteunen. Puur faciliterend. Want het is niet onze bedoeling de autonomie van de instellingen aan te tasten. Voor bedrijven is het onderdeel van corporate social responsibilty – iets teruggeven aan de maatschappij.’ Daar gaat DSM-Firmenich ook mee verder, maar dan zonder kunstverzameling. Bij het afscheid van zowel de collectie als van curator Romijn, die met pensioen ging, werd een nieuwe kunstprijs, getiteld The Art of Progress, in het leven geroepen voor kunstenaars tot 35 jaar met werk over duurzaamheid en innovatie.
Dit artikel is alleen toegankelijk voor Zout-abonnees.
Log in als u al abonnee bent of
klik hier als u het wil worden.
Zout bestaat dankzij lezers zoals u. In 2025 zoeken wij 1200 abonnees. Sluit u nu aan!