Het is zes uur, ik lig in mijn bed, de storm heeft me gewekt. Hij klinkt als een vriendelijk grommende beer, een snoozer die je in laat dommelen en dan weer wakker maakt. Als een storm aan zee. Ik woon niet aan zee, ik woon in de heuvels. Er staan bomen die aan de top samenkomen in een bos. Ik woon hier sinds kort, de storm leert me dat een bos kan klinken als de zee. Beneden in het dal...