Dat Camiel Jansen als nieuwe Componist der Nederlanden de nieuwe minister van cultuur Rianne Letschert de partituur Aan de slag aanbood, is volgens JACQUELINE OSKAMP een teken aan de wand. ‘Ik wil niet voor eigen parochie preken. Dat gebeurt al veel te vaak.’ Wie hem een beetje heeft gevolgd, zal niet verbaasd zijn geweest dat Camiel Jansen als Componist der Nederlanden bij het aantreden van het kabinet Jetten een ‘muzikaal mandaat’ afleverde. Op 23 februari liet hij zijn compositie Aan...
de slag uitvoeren door zangeres Hanneke Last en het Maat Saxophone Quartet. ‘Ik wilde haar eraan herinneren voor wie ze werkt, dat ze handelt in opdracht van ons kunstenaars.’ Camiel Jansen (Utrecht, 1991) is een maatschappelijk betrokken componist die met regelmaat actuele kwesties op muziek zet. Hij trok de aandacht met het Toeslagenschandaal, met een toonzetting van Ramsey Nasrs De Fundamenten (in opdracht van de ZaterdagMatinee) en met een compositie over een reis naar Mars. Vorige maand ging op Schiermonnikoog de kameropera De Toerist in première, waarin een jonge, yupperige vrouw met een burn-out zich de woede van de eilandbewoners op de hals haalt door een ton te overbieden op een huis, zodat de buurjongen gedwongen is een onderkomen te zoeken op het vasteland. Samen met Denker der Nederlanden David Van Reybrouck wil Jansen het stuk Vèrklanken gaan maken, waarin ze vanuit een verre toekomst terugblikken op politieke keuzes die in onze tijd zijn gemaakt: welke consequenties hebben die besluiten gehad voor het leven van onze kinderen? Bij alle consternatie is de kwaliteit van de kunst een aspect dat ondergesneeuwd raakt Met zijn politiek-maatschappelijke bevlogenheid is Camiel Jansen een exponent van deze tijd, waarin veel (jonge) kunstenaars zich geroepen voelen zich in hun werk uit te spreken over de toestand in de wereld. Je kunt ook zeggen: de kunstwereld weerspiegelt het maatschappelijke panorama. Enerzijds is de demonstratie terug in het straatbeeld, anderzijds wordt de meeste onvrede online geuit, vaak anoniem en agressief, óók over concerten en theatervoorstellingen. Dat is nogal een cultuuromslag in een land waar discussies over kunst zich decennialang beperkten tot kunst in de openbare ruimte, dat niemandsland waar de idealen van een kunstenaar en de smaak van bewoners hard op elkaar kunnen botsen. Een grote schok veroorzaakte de moord op Theo van Gogh in 2004, die onder andere met zijn uitspraken en zijn film Fitna de moslimgemeenschap op de kast had gejaagd. Voor Van Gogh was de vrijheid van meningsuiting een absoluut recht. Hij weigerde rekening te houden met het effect van zijn uitlatingen (over Allah als ‘geitenneuker’) op gelovige moslims. Dat een ideologisch conflict zo uit de hand kan lopen, is sindsdien een schrikbeeld. Waar Van Gogh meende dat alles moest kunnen worden gezegd, en daar bij voorkeur nog een schepje bovenop deed, signaleert de Raad voor Cultuur onder huidige kunstenaars een tegenovergestelde beweging: zelfcensuur. Terwijl de opvatting van Van Gogh voortleeft onder de zogeheten toetsenbordridders, voelen kunstenaars die heikele thema’s aansnijden zich geregeld in het nauw gedreven door de beledigingen en bedreigingen die ze in hun inbox aantreffen. Deze agressie trof kinderboekenschrijver Pim Lammers die in De trainer een pedofiel personage opvoerde. Acteurs in schoolvoorstellingen over seksualiteit en gender worden nog wel eens fysiek geattaqueerd. Door de oorlog in Gaza liepen in en rond het Concertgebouw de gemoederen hoog op toen een ‘chief cantor’ verbonden aan het Israëlische leger in een Chanoeka-concert bleek op te treden. Bij punkrapduo Bob Vylan, die in Paradiso al dan niet antisemitische teksten riep, kwam het tot een rechtszaak met een verzoek tot verbod. De rechter ging daar niet in mee, een tweede concert in Doornroosje kon doorgaan. Camiel Jansen: ‘Dat ik muziektheater wil schrijven voor mensen van links én rechts, boven én onder, impliceert niet dat ik mijn partituren simplificeer.’ foto Merlijn Doomernik De maatschappelijke polarisatie heeft ertoe geleid dat agonisme (tolerantie ten aanzien van andersdenkenden) heeft plaatsgemaakt voor antagonisme (vijandigheid ten aanzien van andersdenkenden), óók in de kunstwereld. Waarna de Raad voor Cultuur het advies Maken (z)onder druk uitbracht en het tijdschrift Boekman een themanummer wijdde aan ‘Artistieke vrijheid onder druk’. De kunstenaarsvakbond Kunsten ‘92 publiceerde een ‘handreiking’ aan kunstinstellingen (Een weerbare cultuursector) hoe in de praktijk om te gaan met maatschappelijke spanningen en polarisatie. De vrijheid van meningsuiting blijft ook in de rechterlijke jurisprudentie onverlet het ijkpunt, zoals oud-minister Winnie Sorgdrager in Boekman memoreert: ‘Als het om kunst gaat – waaronder cartoons en columns – mag vrijwel alles. De magische zin “kunst dient om grenzen te verkennen, te choqueren, mensen aan het denken te zetten” is de leidraad voor de rechter om te beoordelen of een bepaalde uiting geoorloofd is.’ Luisteraars aan het denken zetten, is precies wat Camiel Jansen beoogt. Hij afficheert zich niet als activist maar als een maatschappelijk betrokken kunstenaar. ‘Ik probeer thema’s te vinden waarvoor een common ground bestaat. Makers moeten oppassen dat ze het niet alleen hebben over onderwerpen die door links worden gedragen, of die door rechts als ‘links’ worden geframed. Dat is geen kwestie van zelfcensuur – ik wil gewoon niet voor eigen parochie preken. Dat gebeurt al veel te vaak en ik vind dat zo navelstaarderig.’ Met minder controversiële onderwerpen als de huizenmarkt en de toeslagenaffaire, waarbij hij zijn pijlen vooral op de overheid richt, spreekt Jansen een breed publiek aan dat een gevoel van onrecht deelt. ‘Het is mijn streven om muziektheater te schrijven dat uitnodigend en inspirerend is voor iedereen, mensen van links én rechts, boven én onder. Dat impliceert niet dat ik mijn partituren simplificeer. Integendeel, mijn muziek kan behoorlijk wild en gecompliceerd zijn. In 2017 schreef ik een voorstelling over een bokswedstrijd van Muhammad Ali met een partituur die heftig en weird was. Het publiek pikte dat omdat het onderliggende verhaal herkenbaar was.’ De kwaliteit van de partituur (als pars pro toto voor de kunst in de volle breedte) is een aspect dat bij alle consternatie ondergesneeuwd dreigt te raken. De geschiedenis toont aan dat rechttoe rechtaan geëngageerde kunst niet altijd de meest interessante is. Nuance, dubbelzinnigheid en verbeelding mogen ‘de boodschap’ immers niet vertroebelen. Veel vooroorlogse sociaal-realistische en fascistische kunst kan daarbij als afschrikwekkend voorbeeld dienen, maar hetzelfde geldt voor onze tijd: een eendimensionaal wokisme ter linkerzijde en een ouderwets neoconservatief geluid ter rechterzijde doen het bloed niet sneller stromen. Daar ligt een mooie taak voor de nieuwe Componist der Nederlanden: het geluid van het vooralsnog stille, genuanceerde midden verklanken.
Dit artikel is alleen toegankelijk voor Zout-abonnees.
Log in als u al abonnee bent of
klik hier als u het wil worden.
Zout bestaat dankzij lezers zoals u. In 2025 zoeken wij 1200 abonnees. Sluit u nu aan!