Ze hield niet over, de publieke aandacht vorige week voor de Internationale Herdenkingsdag van de Holocaust. Terwijl de actualiteit toch alle aanleiding geeft om de grootste schandvlek van de 20ste eeuw onder de aandacht te brengen. Omdat het, telkens weer, goed is om terug te kijken hoe het was, toen, en hoe het heeft kunnen gebeuren, ook omdat de historische werkelijkheid van de Holocaust nog immer wordt gebagatelliseerd, betwijfeld of ontkend. Maar vooral omdat theorieën over omvolking, ontleend aan de...
koloniale ambities van de nazi’s die daarbij het woord Volkstod gebruikten, opnieuw ingeburgerd raken en door twee zichzelf als gidsland beschouwende Westerse democratieën in de praktijk worden gebracht. Een van die democratieën heeft de theorie vooraf laten gaan door de praktijk van een volkerenmoord (synoniem voor genocide) waarbij tenminste 71.000 mensen zijn omgekomen. De moordenaars zelf hebben het officieel bevestigd, twee dagen na de Internationale Herdenkingsdag van de Holocaust – die ze zelf vieren op 14 april, op Jom HaSjoa, de Dag van de Vernietiging. Er was in de media weinig aandacht voor die bevestiging. Het schoot allemaal door mijn hoofd toen ik vorige week een op Facebook opgepikt filmpje kreeg toegestuurd van de toespraak van Silvia Salis, de burgemeester van Genua, uitgesproken op de Internationale Herdenkingsdag van de Holocaust. Genua is de op vijf na grootste stad van Italië waar een groot deel van de inwoners uit immigranten bestaat. Wie er meer over wil weten, leze de roman La superba van Ilja Leonard Pfeiffer. Silvia Salis is 40, ze is verkozen burgemeester in een land dat geleid wordt door een premier met een neofascistisch verleden. Ze hield haar toespraak in de hal van het 13e-eeuwse paleis waar in 2001 de G8 werd gehouden; anno nu is het gebouw het cultureel hart van de stad. Salis droeg de Italiaanse driekleur als een sjerp over haar bovenlijf. Ik luisterde naar wat ze zei, onder in beeld liep de tekst mee. Ik herlas haar woorden en vertaalde ze met behulp van AI naar het Nederlands. Dit is wat ze zei. ‘Op 27 januari 1945 zag de wereld de poorten van Auschwitz opengaan. Vandaag is het Herdenkingsdag en in Genua hebben we die gevierd in het Palazzo Ducale met Antonio Scurati (die een literaire biografie schreef over Mussolini, WS), samen met veel jonge mensen. We hebben het mis als we denken dat die gruwel iets is dat ver van ons af staat. Het staat niet ver van dit land, dat in 1938 de rassenwetten uitvaardigde die de pijler van het antisemitisme vormden. Men denkt dat het fascisme is ontstaan uit geweld, maar het heeft zich juist gevoed met geweld en is ontstaan uit onverschilligheid, een nog gevaarlijker gevoel. We leven in een historische periode waarin het gevaar nog steeds dichtbij is: ik verwijs naar landen als Iran, waar in één klap vrijheden die in de loop van decennia waren veroverd, teniet zijn gedaan, en naar de Verenigde Staten, de grootste democratie ter wereld, waar burgers op straat worden gedood door ordestrijdkrachten die zijn belast met de bescherming tegen een denkbeeldige vijand. Dit alles moet ons bang maken, en dagen als deze zijn nodig, vooral voor jongeren, om antistoffen te ontwikkelen: fascisme is een politieke en mentale houding van macht en is niet verdwenen, het bestaat in het dagelijks leven wanneer je fascistische mensen ontmoet die niet weten dat ze dat zijn, fascistische politici die niet weten dat ze dat zijn, fascistische landen die opscheppen dat ze democratisch zijn. We moeten in staat zijn om nieuwe vormen van fascisme te herkennen. Fascisme is als een pestkop die het op de zwakkeren afrekent. Het zijn lafaards omdat ze altijd degenen aanvallen die minder kracht hebben. Fascisme bestrijd je met cultuur, tegen de vereenvoudiging van de sterkste tegen de zwakste, van veiligheid tegen chaos, van ‘ik zorg ervoor’ ten koste van persoonlijke vrijheden. Men denkt dat de geschiedenis een rechte lijn naar vooruitgang is, maar ze maakt bochten, kan zelfs teruggaan, en men loopt het risico om onmiddellijk achteruit te gaan zonder het zelfs maar te beseffen. Iedereen die een progressief idee van de samenleving uitdraagt, vindt in Genua een veilig thuis, een open, gastvrije stad, waar iedereen gezien moet worden en waar niemand sterker is dan de ander. Het geheugen geeft ons antistoffen tegen elke vorm van fascisme, tegen een wereld waarin de zwakkeren een stem hebben en niet worden onderdrukt.’ We horen en lezen weinig goeds over de staat van het Nederlands onderwijs, naar verluidt wil het nieuwe kabinet daar wat aan doen. Intussen hoop ik dat er onderwijzers en docenten zijn die de woorden van Silvia Salis willen lezen en doorgeven; de woorden van een vrouw wier ouders te jong zijn om de Tweede Wereldoorlog te hebben meegemaakt. Ik hoop dat er leraren zijn die willen overbrengen dat veel van wat er om ons heen gebeurt al eens eerder heeft plaatsgevonden, en dat ze zich samen met de leerlingen de vraag stellen wat we daar vandaag en morgen tegenover willen stellen. Titelfoto: een toespraak van Silvia Salis, burgemeester van Genua. © lastampa.it
Dit artikel is alleen toegankelijk voor Zout-abonnees.
Log in als u al abonnee bent of
klik hier als u het wil worden.
Zout bestaat dankzij lezers zoals u. In 2025 zoeken wij 1200 abonnees. Sluit u nu aan!