Van graffiti in de jaren 90 tot bodemvondsten en neonkunst vandaag. ROBIN VERMEULEN verklaart het werk van Chaim van Luit tot en met zijn jongste project, een groot neonwerk op een parkeergarage. ‘Het is klaar om ontdekt en bevraagd te worden door toekomstige generaties’. Het was ‘een heftig stadje’, het Heerlen van de jaren tachtig en negentig waar Chaim van Luit opgroeide. Het schoolsysteem bleek niet bij hem te passen en op zoek naar richting besloot hij zich op zijn...
zeventiende aan te melden bij de marine. Als matroos zag hij op jonge leeftijd plekken als Somalië, Noorwegen en Aruba. Zodra hij in Nederland aan wal kwam, trok hij zich terug in de Limburgse krakersgemeenschap – waar hij zijn tijd doorbracht in leegstaande kantoren en scholen in Heerlen en Maastricht. Ondertussen liet hij zijn graffitiwerk achter langs snelwegen en op treinen, balancerend in een wereld van ritme en discipline, vrijheid en anarchie. De overgang van het marineschip naar de kunstacademie viel mee, in beide situaties bleek hard werken de norm. Ook op de academie combineerde hij verschillende levens: overdag studeren, ‘s nachts op pad om zijn sporen achter te laten op straat – het wisselen tussen verschillende contexten lijkt ingebakken in zijn leven. Zijn acties op straat beïnvloedden zijn kunstenaarschap. Als graffitischrijver sta je in nauw contact met het fysieke lichaam, het dicteert de proportie en schaal van je werk. Tegelijkertijd zorgt het competitieve element van het meest zichtbaar willen zijn voor een drive om meer, groter of unieker werk te maken. Chaim van Luit, Op handen dragen. Neonkunstwerk op de gevel van de parkeergarage De Putgraaf in Heerlen. foto Anne Jannes Zo begon Chaim van Luit (Heerlen, 1985) in zijn beeldende praktijk op flink formaat te werken. In Infinite Loop (2011) maakte hij op de vloer van een loods een enorm oneindigheidssymbool door urenlang achtjes te rijden met een van kleurpigment voorziene fiets. Zijn acties op straat brachten hem op ongewone locaties, zoals rangeerterreinen, tunnels, bouwplaatsen en non-places zoals snelwegviaducten. Hij bracht veel tijd door in de Brusselse metro, waar hij merkte dat de muziek die in stations te horen is in het gehele metronetwerk op elk moment hetzelfde is. Dit bracht hem op een videowerk waarin de controlekamer met de muziek-unit te zien is. Zo laat hij ons nadenken over manipulatie en controle in omgevingen waar wij ons begeven; in hoeverre kun je de gemoedstoestand van mensen beïnvloeden via een muziekplaylist? Van Luit gaat als vorser de wereld in en neemt zijn ontdekkingen mee terug naar zijn atelier om ze te vatten in een nieuwe vorm. Hij verruilde de grootstedelijke betonnen omgeving steeds vaker voor het buitengebied en verschoof zijn onderzoeksterrein naar bossen, mergelgrotten en oorlogsbunkers. Nog steeds is hij er vaak te vinden, gefascineerd als hij is door sporen in de tijd. Tijdens zijn ontdekkingstochten ziet hij zichzelf als een stroper die vrijheid zoekt buiten geijkte kaders en vastgelegde regels. Keek hij in zijn graffiti-tijd al anders naar zijn omgeving en kwam hij op plekken waar je zonder toestemming niet mag komen, nu volgt hij ongebaande paden in rurale gebieden en daagt hij zichzelf uit tijdens intensieve wandelingen en rotsklimtochten, of zoekt hij in de bodem naar nog niet vertelde verhalen. In mergelgrotten vond hij oude symbolen die door bezoekers werden achtergelaten om hun weg in het gangenstelsel terug te vinden, en kogelgaten in een betonnen muur. Deze voor velen onzichtbare krassen en oneffenheden vertellen hem over onze geschiedenis, van recent tot oeroud. Gewapend met een metaaldetector struint hij velden en akkers af, om in zijn atelier terug te keren met vondsten die door de bewerking van het land boven het maaiveld zijn gekomen. Denk aan Romeinse munten, kogelhulzen en duivenringen. Chaim van Luit. foto Dani Silvia Van Luit wil deze diepe tijdlagen vangen en zichtbaar maken, ze confronteren ons met de grootheid van de natuur, haar ritme en onze eigen tijdelijkheid. Zo maakte hij de eerder genoemde grotsymbolen na met fijn zand dat hij vervolgens belichtte op een zeefdrukraam om er afdrukken van te maken. Zo documenteert hij met zijn vondsten een stuk van de geschiedenis, net zoals hij vroeger zijn eigen graffitiwerk fotografeerde om het te redden van de vergankelijkheid. Zijn herhaaldelijke Romeinse vondsten brachten hem een fascinatie voor matronen: Keltisch-Germaanse moedergodinnen die ook in de regio Heerlen en het Duitse grensgebied werden vereerd. Ze staan symbool voor de bescherming van het land en (moederlijke) vruchtbaarheid. Matronen worden vaak afgebeeld met grote hoeden, een klederdracht van de Ubiërs, een pre-Romeinse stam uit de Eifel, en hebben vaak een mand met vruchten en noten op hun schoot. De Romeinen omarmden en vereerden de matronen omdat ze goede banden wilden onderhouden met de Ubiërs; er zijn honderden votief-altaren gewijd aan de matronen, de stenen met inscripties zijn bewaard gebleven. Bodemvondsten (zoals kogelhulzen), onderdeel van 930°C (2014-2015) Van Luit onderzoekt deze matronenstenen, speurt hij ze op in Duitsland, duikt in archieven, bezoekt musea en beheert een eigen online archief om grip te krijgen op dit erfgoed. Ondertussen werkt hij in zijn eigen tuin aan een lararium, een soort huisaltaar met bodemvondsten zoals Romeinse scherven, waarin hij zijn interesse voor tempels en eigen familiegeschiedenis samenbrengt. Het altaar tekent ook zijn groter wordende interesse in rust, verstilling en verbinding met de natuur, hetgeen ook wordt weerspiegeld in zijn huidige materiaalgebruik en thematieken. Waar zijn vroegere graffitiperiode vooral in het teken stond van het ego beweegt hij zich in zijn zoektocht naar universaliteit steeds meer richting het minimaliseren van ‘het zelf’. Zijn breedte aan interesses en zijn beweging door verschillende omgevingen resulteren in een gelaagdheid aan verhalen die is terug te zien in de verschillende soorten technieken en media die hij toepast, van marmeren sculpturen, ruimtelijke installaties en glas tot zeefdrukken, video en neonverlichting. Nog steeds vormen gevonden voorwerpen en intrigerende geschiedenissen de basis voor zijn werk. Zo is hij voor het neonkunstwerk Op Handen Dragen, sinds eind vorig jaar te zien op parkeergarage De Putgraaf in Heerlen, geïnspireerd door de grotschilderingen van Cueva de las Manos (de Grot van de handen) in Argentinië. De schildering bevat silhouetten van prehistorische handafdrukken die zijn aangebracht met natuurlijke pigmenten. De handen vormen een getuigschrift van ons bestaan – ‘ik was hier’ – en staan in lijn met een diepgewortelde menselijke drang om een stuk van onszelf achter te laten. Comb (2018) In Op handen dragen komen Van Luits fascinatie voor archeologie, geschiedenis, oersymbolen, ongebaande plekken en menselijke sporen samen. Hij creëerde een beeltenis van vijf handen die in neon zijn aangebracht op het brutalistische gebouw van architect Mathieu Bruls in het centrum van Heerlen. De handen reiken naar elkaar en vormen een schakel van individuen die elkaar ondersteunen en verbinden. Het symbool van de hand komt vaker terug in zijn werk, zoals in Comb (2018), hij ziet het als een basisvorm. Een van de eerste dingen die je ziet als kind zijn je eigen handen, het is een universele vorm die sterk verbonden is met ieder van ons. Van Luit voegt hiermee opnieuw een spoor toe aan de buitenruimte, maar dit keer zonder te verwijzen naar hem als individu. Het werk vormt een baken dat uitschijnt boven het centrum van Heerlen, klaar om ontdekt en bevraagd te worden door toekomstige generaties. Dit is een licht bewerkte versie van het essay dat Robin Vermeulen schreef voor Schunck Museum in Heerlen over Chaim van Luit bij de presentatie van zijn neonkunstwerk Op handen dragen.
Dit artikel is alleen toegankelijk voor Zout-abonnees.
Log in als u al abonnee bent of
klik hier als u het wil worden.
Zout bestaat dankzij lezers zoals u. In 2025 zoeken wij 1200 abonnees. Sluit u nu aan!