Buiten suist een landschap, in kleurrijke rui. Ik zoek een plaats binnen, in een trein die de trein verving die een vervangende trein was. Koffers botsen op elkaar. Zitplaatsnummers worden uitgewisseld als azen. We stapelen de vertragingen en beklimmen elkaars wanhoop. Onze duimen dansen op het schermpje: oorspronkelijke aankomst, verwachte aankomst, nieuwe aankomst. Vertel me, hoe laat is het nou echt? Bij elke vertraging liet ik iemand achter. Zoals met haar, vanochtend. Op kamer 355 zat ze in haar witte...