Voor me op een kunststof schaaltje liggen enkele reusachtige, vermiljoenrode aardbeien te pronken. Als ik met mijn rechterhand het witte foam voorzichtig naar mijn mond beweeg, schuift het grootste exemplaar smeuïg mijn kant op om voorbij het opstaand randje over mijn lippen te rollen, waardoor ik nog net een grijze waas aan de achterzijde van de overrijpe vrucht ontwaar. Met mijn tong plet ik de massa tegen mijn gehemelte waarbij het grijze donshaar een bitter gistende smaak oproept die echter...