Of je nu 40 minuten poseert of een honderdvijfentwintigste seconde – de foto is het beeld dat blijft. Wat willen we op dat moment van onszelf achterlaten? Wat wordt zichtbaar, de beoogde uitdrukking of de moeite die het kost om die te creëren? De titel van deze column suggereert dat het omhoog bewegen van de mondhoeken nog lang niet hoeft te betekenen dat je glimlacht. Des te indringender zijn de beelden in de tentoonstelling Smile! Hoe de glimlach in de...
fotografie kwam in Museum Ludwig in Keulen. Het is niet de digitale groothoektechniek met agressieve kusmondjes en oversized neuzen die hier de gezichten vormt, maar het leven, met al zijn verschrikkingen. Mogelijk ook de lang aangehouden pose voor de fotograaf, toen de belichtingstijd een eeuwigheid duurde. Wat zichtbaar wordt: glimlachen voor de camera was ongebruikelijk. Bovendien hebben we veel te weinig woorden om de nuances te beschrijven van naar boven getrokken lippen die ons voor een deel hier, maar ook in het dagelijks leven tegemoetkomen. Want hoe noemen we die glimlach die we niet kunnen opbrengen? Herkenbaar aan een kleine spierverharding in het midden van de wangen, die de mondhoeken niet kunnen volgen omdat de ziel haar veto uitspreekt. En de spijtige, verontschuldigende lipbeweging wanneer we iets hebben gebroken dat waardevol is voor onze medemens? De vriendelijke glimlach waarmee we ons uit een onaangename situatie redden, alsof we ons weg kunnen beamen? De ijskoude glimlach van degene die je net bedriegt? De aarzelende glimlach uit verlegenheid, die gepaard gaat met een blozende wang? En de heel andere, omhelzende, stralende glimlach van verliefden? Groepsfoto uit 1923 Een van de meest verontrustende werken in Smile! Hoe de glimlach in de fotografie kwam is een foto van een groep eersteklassers (jongens) uit 1923. Allemaal kleine, deels oud ogende individuen, van wie je zou willen dat ze hun mondhoeken zouden laten krullen. De befaamde eerste zin uit Tolstojs roman Anna Karenina weerklinkt in mij: ‘Alle gelukkige gezinnen lijken op elkaar, elk ongelukkig gezin is op zijn eigen manier ongelukkig.’ In vergelijking met de schoolfoto uit 1963 ernaast, met overwegend lachende kinderen, wordt de glimlach die in de fotografie is gegleden als conventie bijzonder duidelijk. Hoezeer samen glimlachen een groep verenigt en in haar overeenstemming beschermt tegen het eigen onheil, merk je aan die aanwezige die niet glimlacht. Ik ben de laatste bezoeker van vandaag. Een echte glimlach, een glimlach met mezelf, als een emotie in plaats van een communicatieve mimiek, ontlokt me de titel van een naar geslacht onderverdeelde diagram: De gemiddelde lipkromming per jaar. Het werk is samengesteld op basis van de jaarfoto’s van een Amerikaanse universiteit van 1900 tot 2010. Ik constateer dat jonge vrouwen over het algemeen meer glimlachen dan jonge mannen. Terug naar buiten, naar de wereldwijde glimlachmaskerade, de indrukwekkende coulisse voor selfificatie. Met de gsm op selfie krult een stel de lippen in de richting van de torenspitsen van de Dom. Dan, na de geluidloze klik, snauwen ze naar elkaar. De foto is het beeld dat blijft. Smile! How the Smile Came Into Photography. T/m 22.03 in Museum Ludwig in Keulen. museum-ludwig.de
Dit artikel is alleen toegankelijk voor Zout-abonnees.
Log in als u al abonnee bent of
klik hier als u het wil worden.
Zout bestaat dankzij lezers zoals u. In 2025 zoeken wij 1200 abonnees. Sluit u nu aan!