Leunend tegen de muur van het bomvolle crematorium komt het leven in fases voorbij. Eerst op mijn netvlies. Vrienden en bekenden van wie ik de meesten tien, vijftien, twintig jaar niet meer heb gezien. Sommigen bijna onherkenbaar verouderd, anderen strak als in de jaren tachtig, de meesten er tussenin. Dan in mijn hoofd. Daar in de kist ligt John, we deelden een liefde voor dezelfde sport. Veertig jaar geleden speelden we voor het eerst tegen elkaar. Jongens waren we, fanatieke...