En wij, laf als we waren, die hielden van de fluisterende avond, van de huizen, de paden langs de rivier, de groezelige, rode lichten van die plaatsen, de verzachte en verzwegen pijn – trokken toen onze handen los van de levende keten en zwegen, maar ons hart schrok op van bloed, en er was geen tederheid meer, en ook geen overgave aan het pad langs de rivier – niet langer dienstbaar, wisten we dat we alleen waren en leefden. CESARE...