[uit: De stilte van o]   O, die ongeziene genadeloze, we buigen vloekend voor hem, zinnen op uitwegen wraak en bouwen gekortwiekt Inwendig aan nieuwe wendbaarheid leren elkaar zandkorrels tellen, halen een hand door rimpelend water fluisteren: het komt en het gaat en het komt, dit is de kleine eenzaamheid van de mens in zijn dunste hemd dat hij nog aanhouden wil en kijkt hoe hij zwaait naar een onbekende op straat. HESTER KNIBBE   Uit: Hester Knibbe, Barcode van...

geluksvogel illustratie

Dit artikel is alleen toegankelijk voor Zout-abonnees.

Log in als u al abonnee bent of klik hier als u het wil worden.
Zout bestaat dankzij lezers zoals u. In 2025 zoeken wij 1200 abonnees. Sluit u nu aan!

Abonneer nu