INEENS  Ineens was ik het vermogen  om warmte vast te houden  verloren. Nu de kinderen  het huis uit zijn, snoof ik,  ja ja. Ik kroop onder steeds  meer dekens. De kachel  loeide. De warmste van ons  tweeën kon mij niet meer  verhitten. Ik rilde en  huiverde alsof ik oog  in oog stond met de dood.  Wat ook zo was. De dood  en ik stonden op een dijk.  Tussen ons was niets dan  een aanzienlijke afstand.  ANNA ENQUIST Uit: Anna Enquist, Klaarlichte...

geluksvogel illustratie

Dit artikel is alleen toegankelijk voor Zout-abonnees.

Log in als u al abonnee bent.
Klik hier als u abonnee wil worden - voor 6,60 euro per maand ontvangt u het kunst- en cultuurmagazine voor het Zuiden. Sluit u nu aan!

Abonneer nu