FERWERT Het wijde land waarin ik met je loop zoals mijn kind met haar kind binnenin dat zwelt en zwelt zoals jij krimpt en en. Er is een einde aan zoals. Er is wat er nog is en onherroepelijk bestaat gezocht of niet het voorziene eindeloze het opstaande neerslaande riet het krompelblad de distels de V van verte in de vogelzwermen en wat nu en nu en nooit meer, sloten kaalgezweept, licht van nergens. Blind door storm heen raden waar...