Deur Hoe lang, met het getreuzel van de vrek Die voor de reis zijn centen telt, Hoe lang heb ik hier niet staan kloppen Aan de deur van het leven, Met de schuchterheid van vrouwen Die zich schamen voor hun schoonheid, Met mijn honger zich verkijkend Op de kater na de dis, hoe lang Heb ik hier niet staan kloppen Aan de deur van het leven, Met de pubernijd die spuwde In de kluizen van het ouderhuis, Met ongeborenheid bedorven...