Vlucht uit Polen (II) Halverwege gaan de paarden spreken, hun taal is Pools gewatteerde kapoktaal, lingua-francavlokken schuim. We zijn heimelijk uit de stad vertrokken. Het waren paarden van tolerantie die gewaarschuwd briesten. Bij de grens moesten we bewijzen dat we geslachtelijk eerzaam waren, geen kloosters hadden geschoffeerd, geen lakei verkracht. Wat we moesten leren, zeiden de paarden, dat het genoegen dicht bij huis lag, de klaprozen naast de keuken. THOMAS LIESKE Uit: Thomas Lieske, In de voetbossen Amsterdam, Querido, 2025...