Een fotocompilatie van hun drie gezichten wees me er onlangs op dat het tien jaar is geleden dat zowel Prince, George Michael als David Bowie overleden. Het riep de vraag bij me op of er een verschil is in de mate waarin hun muziek en daarmee hun erfenis voortleeft. Er overleden nog meer muziekiconen in 2016, overigens. Dat Leonard Cohen en Glenn Frey niet ook op de foto stonden, zegt misschien iets over de (onbekende) afzender. En was dat een...
Belg geweest, dan had Eddy Wally ongetwijfeld ook op de fotocompilatie gestaan. Het gekke is dat Bowie het langst dood is van de drie (hij overleed in januari, Michael in december), terwijl het afscheid van hem het meest dichtbij lijkt. Hij was de enige bij wie ik dacht: ‘Tién jaar alweer?’ Prince Voor mijn gevoel is de muziek van Bowie het sterkst in leven gebleven. Hij stond vorig jaar bijvoorbeeld 22 keer in de Top 2000. Prince negen keer, George Michael 16 keer solo, en drie keer als helft van Wham!. Een belangrijk verschil: Bowie ook met zijn meest recente werk, van zijn afscheidsalbum Lazarus. En zijn Top 2000-noteringen strekken zich uit van de jaren 60 tot de jaren 10. Bij George Michael komen al zijn noteringen uit de jaren 80 en 90, bij Prince alleen uit de jaren 80. Zou dat het cruciale verschil maken? Blijft een erfenis van een artiest langer overeind wanneer die minder geconcentreerd was in een korte, afgebakende periode, waardoor ook meerdere generaties er kennis mee hebben gemaakt? Het klinkt logisch, maar wordt onderuitgehaald door The Beatles. Debuutalbum in 1963, laatste album in 1970. Een van de meest tijdloze oeuvres uit de popgeschiedenis, uitgebracht in slechts zeven jaar. Wat is het dan? Waarom lijkt George Michael sterker voort te leven dan Prince? Michael was een geweldige zanger en podiumpersoonlijkheid, daar geen twijfel over, maar Prince was een grotere (zelf)vernieuwer en grensverlegger, en bovendien een fabuleuze gitarist. Oeuvres komen en gaan, maar hits blijven bestaan – zoiets? Maar Michael had meer hits. Zijn hits gewoonweg bestendiger? Oeuvres komen en gaan, maar hits blijven bestaan – zoiets? (En dan al helemaal Kérsthits?) George Michael heeft veel tribute-acts en imitatoren, veel meer dan Prince. Nu valt er veel kritisch te zeggen over de populariteit van tribute-acts en de gevolgen daarvan voor de muziekwereld (Pablo van der Poel van DeWolff deed dat onlangs nog), maar de (ongemakkelijke) waarheid lijkt toch óók dat tribute-acts voor een artiest diens legacy actief in leven houden, en dat Michaels muziek voortleeft dánkzij tributeband Faith, Rob Lamberti (nog te zien bij de Toppers) en al die andere Michael look- en soundalikes. Wat ook een mogelijke factor kan zijn, bedacht ik later: Prince heeft een groot deel van zijn muziek lang offline en daarmee onzichtbaar voor jongeren gehouden. ‘The internet is completely over,’ stelde hij ooit. Dat is niet helemaal uitgekomen. Maar hij voegde er aan toe dat hij geen enkele reden zag om de iTunes van deze wereld rijk te laten worden met zijn kunst, terwijl hij er zelf een grijpstuiver van ze voor terug kreeg. Dat was inderdaad wat er stond te gebeuren, daarin heeft hij pijnlijk groot gelijk gekregen.
Dit artikel is alleen toegankelijk voor Zout-abonnees.
Log in als u al abonnee bent of
klik hier als u het wil worden.
Zout bestaat dankzij lezers zoals u. In 2025 zoeken wij 1200 abonnees. Sluit u nu aan!