Bij Lex ter Braak draait alles om de natuur – maar zonder wegwijzers, ziet CYRILLE OFFERMANS, en ver weg van elk conceptualisme. In As One. Wanderings paart hij zijn teken- en schilderwerk aan essayerende stukken over werkwijze, inspiratiebronnen en beweegredenen. Een schrijver die een alter ego Heine noemt, Julius Heine, geeft daarmee een moeilijk mis te verstaan statement af. Hij wil kennelijk gezien worden als nazaat van de beroemde Duitse dichter Heinrich Heine, in mentale zin, neem ik aan, als...
late geestverwant. Dat is nogal opmerkelijk, zeker als we weten dat de schrijver in kwestie tot voor kort leidinggaf aan een gerenommeerde kunstopleiding waar de geest van de Duitse romantiek op zijn zachtst gezegd ver te zoeken was. Lex ter Braak, over hem gaat het hier, moet zich in dit gezelschap van technologisch geavanceerde hemelbestormers wel een roepende in de woestijn hebben gevoeld – wie verlangde hier nog naar de geur van terpentijn en olieverf? Voor wie had de lokroep van de natuur nog iets onweerstaanbaars? Lex ter Braak, Burning Light. The Archive of the Lost Alphabet (2018). Polaroid, acrylverf, 9 x 11 cm De dubbelgetalenteerde Ter Braak, hij is zowel schrijver als beeldend kunstenaar, schaamt zich allerminst voor die unzeitgemäße houding. Zijn nieuwe tweetalige boek As One heeft als ondertitel Wanderings. Ja, in het Engels, hoe zeg je dat in het Nederlands? ‘Wandelingen’ is te burgerlijk, te netjes, te georganiseerd, beter is ‘dwaaltochten’ of ‘omzwervingen’. Ter Braaks solistische omzwervingen vinden behalve in de natuur ook in zijn schrijfkamer en zijn atelier in Haarlem plaats. We danken er de fragmentarische, springerige ‘roman’ Levensvormen aan, en nu, bijna vijf jaar later, As One, een soort vervolg op die eersteling. Stitching the Invisible #7 (2020-24). Inkt, oilstick, woldraad, 27 x 35 cm Ik zie deze boeken als een tweeluik. In Levensvormen gaat het in soepele essayistische stijl over kunstenaars en kunsthistorici die Ter Braak na aan het hart liggen, in As One buigt hij zich uitgebreid en minutieus over zijn eigen beeldende werk – zijn werkwijze, zijn inspiratiebronnen, zijn beweegredenen. In beide boeken speelt de natuur, of misschien liever: spelen bomen, een hoofdrol, ook als die nauwelijks of niet herkenbaar zijn. Uitzonderingen daargelaten maken Ter Braaks werkstukken niet de indruk ergens een weergave van te zijn, niets wijst op een romantische natuuridylle. Eerder zijn ze van een stijlloze vitaliteit en als zodanig zélf een stuk grillige, levende, ademende natuur. Stijlloos betekent voor het dwalende oog: niet-bewegwijzerd, op maximale afstand van elk conceptualisme. ‘De foto’s zijn van een adembenemende scherpte, elk haartje, elk vouwtje, nog het miniemste rafeltje of bobbeltje is zichtbaar’ Maar je kunt je afvragen of die tastbare natuurlijkheid niet per definitie wordt platgeslagen in een boek. Tot op zekere hoogte is dat onvermijdelijk, maar in As One toch niet meer dan dat. Het boek is gedrukt op twee soorten papier – tekst op een dunnere soort, de foto’s van de kunstwerken vrijwel allemaal paginagroot op dikker, glad papier. Die foto’s zijn van een adembenemende scherpte, elk haartje, elk vouwtje, nog het miniemste rafeltje of bobbeltje is zichtbaar. Afmetingen van de werken worden niet vermeld, zeer groot en zeer klein staan contra-hiërarchisch door elkaar, en ook naar titels, jaartallen en gebruikte materialen zoek je hier vergeefs. Die vind je wel achter in het boek bij een verkleinde weergave van de foto’s. Walking Notes #12 (2020). Gouache, oilstick, 27 x 35 cm Ik heb lang zitten turen naar het omslag, dat vanwege de desoriënterende vaagheid als propedeuse werkt voor de lezer: wat zie ik hier? Voor- en achterkant van het boek vormen, min of meer, een geheel. Een ongecultiveerd stuk landschap meen ik te zien. Boven een donkergroen, vooral uit ruwe, kolkende vegen bestaand bos, maar het kunnen evengoed golven zijn, zie ik een tamelijk effen oudroze strook lucht, een zachte kleur die terugkomt in een lager gelegen smalle horizontale baan die uit vervagende tekens lijkt te bestaan. Daaronder in helgeel en groen scherpgetande, waterige bladeren; een foto lijkt het hier wel, ik meen iets van een nervatuur te herkennen. Folded Words (2019-2023). Inpakpapier, Awagami papier, aquarel, tape, spuitbus, acrylverf, Oost-Indisch inkt, 38 x 50 cm Het is een landschap in beweging, er zit diepte in, ook een onverklaarbare lichtgolf op de voorgrond – een droomlandschap gezien door een vlies van slaap en tranen, om met Jacques Hamelink te spreken, de Zeeuwse eenzaat naar wiens Plantaardige bewind Ter Braak elders terloops verwijst. Het geheel is vaag, vlekkerig, geheimzinnig, een fragment woeste natuur die geen behoefte heeft aan mensen, laat staan aan landmeters, houthakkers, toeristen of hobby-jagers. De tekst achter in het boek geeft summiere informatie. Burning Light luidt de titel, het werkstuk is van 2018 en meet niet meer dan 9 bij 11 centimeter, minder dan een prentbriefkaart. Daar kijk ik van op. Minimaal formaat, maximale zeggingskracht. De gebruikte techniek bevestigt mijn vermoeden: het gaat om een (polaroid)foto die met acrylverf is beschilderd. Natural Poetry (2019-2021). Papier, acrylverf, gedicht, Oost-Indische inkt, 24 x 30 cm Dat geeft Burning Light een tactiele gelaagdheid, een eigenschap waar Ter Braak altijd, ook bij tekeningen en schilderijen, op uit is. Hij gelooft niet in voltooidheid, ook een kunstwerk is nooit af. Daaruit volgt zijn werkwijze. Na een eerste opzet verdwijnt het werk doorgaans in een lade in zijn atelier om het een tijdje later weer tevoorschijn te halen en te zien of er mogelijkheden tot verfijning, uitbreiding, overschildering of uitwissing zijn die het beeld krachtiger maken. Het ontstaat in lagen. En zelfs als hij er jaren niet naar omkijkt gaat het ‘werk’ volgens autonome chemische wetmatigheden van krimpen, uitzetten, verkleuren, verkruimelen, gewoon door – de natuur als anonieme medewerker. Burning Light hoort bij de reeks The Archive of the Alphabet of Lost Order. Die verloren orde verwijst naar een onbestemde oertijd waarin woord en beeld, rede en intuïtie, afstand nemen en nadoen, nog een mythische eenheid vormden. Op enig moment moet die eenheid zijn verbroken, ontwikkelde de taal zich in symbolische richting en vertoonden de woorden geen zintuiglijke relatie meer met de realiteit waar ze naar verwezen. Die ontwikkeling, die communicatie- en samenwerkingsvormen mogelijk maakte over grote afstanden in tijd en ruimte, werd later, toen het aandeel van de abstractie steeds dominanter en gewelddadiger werd, door gevoelige geesten gezien als zondeval. Lex ter Braak, Garden Notes #2 (2019). Grafiet, aquarel, pastel oilsticks, 21 x 30 cm In de kunsten ontstond een verlangen naar pre-adamitische tijden. Dichters wilden een lichamelijke taal. Schilders zochten in de natuur naar restplekken van die verloren orde. Zo gaat ook Ter Braak met camera en schetsboek op zoek naar ‘ruïneuze overblijfselen van het alomvattende natuurrijk waar wij ons buiten hebben geplaatst en dat door ons handelen ten onder dreigt te gaan.’ Op sommige van zijn mooiste werken zien we taalresten in de vorm van een veeg, barst of schaduw verdwijnen in het beeld, als scheepswrakstukken op de bodem van de zee; leesbaar, maar niet in discursieve zin, alleen voor wie zich durft te verliezen in de diepte. Een belangrijke inspiratiebron vond Ter Braak in oude Chinese meesters bij wie het samengaan van schrijven en tekenen een grote hoogte bereikt. Vooral de proteïsche zwerver Shintao (1641-1707) noemt hij met ere. ‘Inkt-bevlekt, geconcentreerd en toch uit de volledig losse pols liet hij zijn penseel in zich verstrikkende guirlandes over het papier gaan, waaruit de landschappen en tekens rijk en suggestief opschoten.’ Reading a Veil of Signs (2021). Houtskool, krijt, gouache, 18 x 122 cm Ik moest aan eigentijdse kunstenaars als Cy Twombly en Antoni Tàpies denken. Dichter bij huis aan Pierre Alechinsky, achtennegentig inmiddels, die het Europese expressionisme en de Japanse esthetiek naadloos met elkaar versmelt. En nog dichter bij huis aan Maastrichtenaar Toon Teeken, Ter Braak welbekend. Voor diens kunstenaarsportrettenboek Portret als dubbelportret schreef hij een congeniale inleiding. De titel As One heeft hij ontleend aan Art as History. Calligraphy and Painting as One, essays van de Chinese Amerikaan Wen C. Fong, voor Ter Braak een openbaring. Met hun landschappen, begreep hij, beoogden de Chinese schilders ‘het een worden van natuur, filosofie en levenshouding, vloeiend en betekenisvol.’ Zo, besluit hij, moet As One zijn: ‘Wandelen door de laden, opgaan in hun landschappen van taal en beeld, je verliezen in papiervormen en het achterliggende wit. Terugvinden wat aan leven verloren is.’ Lex ter Braak, As One – Wanderings. Jap Sam Books, 2025. japsambooks.nl
Dit artikel is alleen toegankelijk voor Zout-abonnees.
Log in als u al abonnee bent of
klik hier als u het wil worden.
Zout bestaat dankzij lezers zoals u. In 2025 zoeken wij 1200 abonnees. Sluit u nu aan!