Liever dan over wat ze heeft bereikt, praat Claudy Jongstra over de toekomst die op het spel staat. ‘Wat ik wil nalaten’, zegt ze tegen YVONNE COX, ’is een manier van werken. Een systeem. Een keten. Een gemeenschap. Niet mijn naam.’ Het regent aan één stuk. Toch verandert, in de files vol economische groei en oneindige productie symboliserende vrachtwagens, het landschap. Rijdend van zuid naar noord wordt het vele water zichtbaarder, het licht spectaculair. Het zal met de Waddenzee en...
de eilanden te maken hebben. Eenmaal in Friesland wordt alles opener. En stiller. Alsof de wereld hier langzaam terugschakelt. Pal naast het kerkje van Spannum ligt Studio Claudy Jongstra. In een prachtig functioneel straatje met kantoor, huis, een logeerplek voor stagiairs, de ververij en achterin de voormalige timmermanswerkplaats die nu onderdal biedt aan Jongstra’s team. Overal liggen wol- en zijdestalen, in de mooiste kleuren die de aarde te bieden heeft. Er hangt werk van Jongstra en grote posters van het merk LOADS. Ik zie de vilten hotelpanelen die ze jaren geleden maakte voor het Lloyd Hotel in Amsterdam dat een nieuwe eigenaar kreeg. Snel terug weggehaald, voordat ze op de sloophoop zouden verdwijnen. Stel je voor. Claudy Jongstra: ‘Hier wordt niet alleen geproduceerd, maar geoefend. Geleerd. Overgedragen.’ foto Heleen Haijtema Ze geeft aanwijzingen over het inpakken van een wandtapijt en komt mijn kant oplopen. ‘Moet ik nu weer gaan vertellen hoe ik vilt heb ontdekt?’ zegt ze. ‘Nee toch, hè? Laten we het hebben over de toekomst.’ Claudy Jongstra (Roermond, 1963) studeerde modevormgeving aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht, werkte een tijd in de mode-industrie maar voelde zich er niet thuis. Ze verdiepte zich in wol, later kwamen er ook de verfplanten bij; even verderop ligt de biodynamische boerderij waar het allemaal verbouwd wordt. De opmerking over het vilt typeert haar. Na dertig jaar bouwen, knokken, pionieren, ketens vormen, systemen ontwikkelen en kennis bewaren is er geen behoefte meer aan het eigen verhaal als anekdote. Waar het om gaat, is wat er verdwijnt. En wat er nog te redden valt. Geen koffiebars, hier in Spannum, geen winkelstraten ook, geen culturele afleiding. Alleen land, lucht, water, seizoenen — en arbeid. Het typeert de Friezen, zegt ze. ‘Die werken echt knetterhard. En gaan niet tot drie uur lunchen of in de deuropening staan kletsen.’ Ze woonde jarenlang in Amsterdam, had een atelier in het centrum, een netwerk, een culturele inbedding. ‘In Amsterdam heeft iedereen na jou nog een afspraak. Hier niet. Friesland is een bestemming op zich. Je bent hier niet onderweg naar iets anders.’ Het ritme hier noemt ze benedictijns. Kerkklokken bepalen de dag. Om tien uur is het licht uit, om zes uur sta je op, om twaalf uur wordt er gegeten. Seizoenen zijn geen decor, maar structuur. ‘Het geeft richting. En dat is helemaal niet benauwend, maar juist duidelijk. Die herhaling, dat terugkerende ritme — het vormt je dag, je werk, je research, je denken.’ ‘Werken met wol is superintensief, je bent maanden bezig voordat je echt voelt wat je doet’ Stagiairs vinden dat gebrek aan afleiding confronterend. ‘Er zijn geen uitvluchten, dus je wordt teruggebracht tot de essentie. En werken met wol is superintensief, je bent maanden bezig voordat je echt voelt wat je doet. Het meditatief eindeloos herhalen van de handelingen ís de skill building. En ja, sommigen worden dan wel eens wat moedeloos.’ Ze lacht. In de ververij zie ik potten met fluitekruid en brandnetelsoorten, pannen met kleurbaden, bokalen met pigmenten, noten en een soort madelieven. Grote pollepels staan in formatie bij de gootsteen in een soort grootmoederskeuken – al is dit eerder een laboratorium voor alchemisten. Elk potje heeft zijn eigen magie. Op een plank boven de gootsteen staan rijen ordners, met daarin het echte goud: de recepten om het simpelste oker tot het ingewikkeldste zwart te maken. Kleuren ontstaan hier niet aan de hand van een stalenkaart, maar vanuit processen: bad na bad, wrong na wrong, laag na laag. En wat gekleurd is met een oogst uit 2024 is anders dan van de oogst van dit jaar; de veranderingen in het water, de lucht en de aarde zijn bepalend. Claudy en haar zoon Jesk. foto Bas Berkhout De vertraging werkt door in alles wat hier gebeurt. Tijd is geen abstract begrip, maar een fysieke realiteit. Geen productiefactor, maar een voorwaarde. En dat staat haaks op de wereld daarbuiten, op fast fashion, inmiddels ultra fast, schaalmodellen, prijslogica, efficiëntiedenken. Vandaar dat ze met haar jongste zoon Jesk het label LOADS begon: textiel voor kleding en interieur, gebouwd op een volledig biodynamische keten. Gesloten kringlopen. Transparante productie. Demeter-gecertificeerd. ‘Radicaal,’ noemt ze het zelf. ‘Maar eigenlijk is het gewoon hoe het vroeger was: gemeenschap, kennisoverdracht, verantwoordelijkheid.’ Ze ziet hoe duurzaamheid is uitgehold tot marketingtaal. Handwerk als tactiele taal is zo goed als uitgestorven. Terwijl ze dacht dat we als collectief intussen verder zouden zijn, ‘dat we zouden zeggen: dit is beter. Voor ons. Voor de aarde. Omdat we het allemaal weten. Omdat het ook een vorm van luxe is die enorme schoonheid in zich draagt. Enórme schoonheid. Maar nee. De spelers zijn alleen maar groter geworden. Sneller. Agressiever. Schoonheid telt niet. En dan komen hier de impactmanagers met onder hun arm rapporten en studies — en ondertussen verven ze nog steeds synthetisch.’ Bijna elke week is er wel iemand hier die komt kijken hoe ze het doen, om dan als consultant input te geven aan anderen. Ze haalt haar schouders op. Wat zegt impact als het daar bij blijft? Ze gelooft niet in consumentenmacht, en producenten gaan de klus evenmin klaren. ‘Tweedehandswinkels? Prima. Kleding recycleren? Allemaal goed. Maar het is nog geen één procent van wat er aan textiel wordt verhandeld. Dat schiet niet op. Het gaat van capsulecollectietje naar een groen label. En daarna is het weer business as usual. Mensen weten niet wat ze kopen. Of ze kijken weg.’ Hoe het andes kan? ‘De echte macht ligt bij overheden. Belast vervuiling. Stimuleer schone productie. Dán verandert alles.’ Claudy Jongstra (r) met haar echtgenote en zakelijk partner Claudia Busson tussen bloeiende wede. foto StudioClaudy Jongstra Wat haar werk definieert is geen nostalgie, maar verantwoordelijkheid. Geen romantiek, maar een infrastructuur die gekopieerd kan worden naar eender welke plek in eender welk land. De blauwdruk van de studio, zegt ze, kan gemakkelijk vermenigvuldigd worden. Voor wie durft en net als zij de nek uitsteekt, en een handreiking wil doen. ‘Wat ik wil nalaten is een manier van werken. Een systeem. Een keten. Een gemeenschap. Niet mijn naam. Daarom moet LOADS ook slagen. Niet als merk, maar als drager van kennis. Mijn vilten, mijn kunst, mijn wandtapijten — dat stopt een keer. Maar als LOADS blijft, blijft de kennis. De keten. De mensen. Dit hier.’ Ze wijst om haar heen. ‘Ik ben niet de kunstenaar van de wandtapijten. Ik ben een kunstenaar met een verhaal.’ Haar praktijk mag zich onttrekken aan de logica van schaal en snelheid, haar impact is allesbehalve marginaal. Nog altijd werkt ze met grote namen uit de (interieur)architectuur die haar positie als kunstenaar én systeemdenker zichtbaar maken. Ook in grootschalige opdrachten, zoals de monumentale Guernica de la Ecología of de drie plafonds bij theatergezelschap ITA in Amsterdam, gaat het niet om beeld alleen, maar om betekenis. Lang geleden alweer ontwierp ze het textiel voor de Jedi-kostuums in Star Wars, werkte ze samen met ontwerpers als John Galliano, Donna Karan en Christian Lacroix, en nu Marcos Luengo, Haar werk zit in de collecties van het Victoria & Albert Museum in Londen, het MoMA in New York en het Stedelijk Museum in Amsterdam; ze beschouwen haar textiel niet als toegepaste kunst, maar als autonome beeldende praktijk. ‘In Amsterdam heeft iedereen na jou nog een afspraak. Hier niet’ Toch wil ze het daar ook nu niet echt over hebben. Niet uit bescheidenheid, maar uit overtuiging. ‘Die zichtbaarheid is niet het doel. Het systeem is het werk. De infrastructuur is het werk. En natuurlijk zijn zulke opdrachtgevers en kansen superbelangrijk, anders kan de studio financieel niet blijven draaien. Maar zo lang als dat wij hier door kunnen, maakt het mij echt niet uit waar mijn naam hangt.’ De rode draad in al die werken en de studio? ‘Zonder aarde is alles vernietiging’, antwoordt ze snel. ‘Weet je, hier wordt niet alleen geproduceerd, maar geoefend. Geleerd. Overgedragen. Hier werken mensen die uit hun hoofd moeten, die in hun handen moeten komen. Alleen zo bereik je meesterschap. En dat kost járen. Decennia. Die tijd geven we hier.’ Ze gelooft niet in sprookjes. Wel in mensen. In gemeenschappen. In samenwerking. In iets bouwen dat niet eindigt, maar iets in gang zet. Buiten zwaait ze naar een chauffeur uit Parijs die te vroeg is om een werk op te halen, maar hartelijk wordt ontvangen door het atelier. ‘Zie je,’ zegt ze. ‘De wereld komt hier vanzelf naartoe.’ Claudy Jongstra, Presence in Process. Tot 30.08 in het Cuypershuis in Roermond. cuypershuis.nl Claudy Jongstra, Día y noche. Ritmos del alma. Tot 17.05 in Real Jardín Botánico in Madrid. rjb.csic.es
Dit artikel is alleen toegankelijk voor Zout-abonnees.
Log in als u al abonnee bent of
klik hier als u het wil worden.
Zout bestaat dankzij lezers zoals u. In 2025 zoeken wij 1200 abonnees. Sluit u nu aan!