Eerst is er altijd de vraag. Dan het antwoord. En dan de gezichtsuitdrukking: ergens tussen teleurgesteld en bevreemd – hetzij omhoog, hetzij omlaag: de wenkbrauw beweegt. De vraag is of we gewoon plat kunnen kallen. Het antwoord: nee. Of nou ja: kallen is geen probleem, het wordt verstaan. Maar geantwoord in dialect wordt er niet, tenzij mijn gesprekspartner naar iemand wilt luisteren die klinkt als een slecht typetje. Er zijn mensen die het een tijdje volhouden: een gesprek of interview...

geluksvogel illustratie

Dit artikel is alleen toegankelijk voor Zout-abonnees.

Log in als u al abonnee bent of klik hier als u het wil worden.
Zout bestaat dankzij lezers zoals u. In 2025 zoeken wij 1200 abonnees. Sluit u nu aan!

Abonneer nu