Ik heb het je toen voorgelezen G. De ramen stonden open, op het terras dronken de vrinden limonade, de appelboom bloeide. Ik heb je voorgelezen wat ik wilde: weg met jou. Naast mijn bed een prachtige fruitmand. Geen druif nam je, geen sinaasappeltje, nee, nee, die waren allemaal voor mij, voor mij alleen. Ik moet in slaap gevallen zijn, de ramen waren dichtgedaan, alsof er iemand was geweest, de wekker tikte, de maan scheen op het grijze fruit. Ik heb...