15 – De bescheidenheid Toen de deur openging, een godje verscheen stond iedereen op en boog terwijl hij over de loper schreed links en rechts minzaam knikkend zoals het een godje betaamt dat verdeelt. Hij nam het woord, spleet en kraakte het listig sprak in tongen van scherven en splinters tot het volk in aanbidding: ja ik ben degene, de enige. En hij zei nog veel meer dat bleef zweven omdat het te flinterig was om voor woord door te...