thuis in de tijd we vonden een beeld, een bedachtzame vrouw, omhangen door zaadlijsten en 100-jarige krullen van wit abeel, we zagen de zon verschieten en hoorden jankende hulpdiensten – ik trof haar in een lichtgevend bos in een kot zonder muren en dak zonder waar en wanneer welkom, zei ze, welkom in mijn thuis in de tijd ze had roerige ogen en een blakende huid ze waste me en voerde me en noodde me in een meubel van zink...