Films, documentaires, podcasts over geweldsmisdrijven zijn populair – terwijl geweldsdelicten al jaren afnemen. Maar crime sells, dus ook musea doen er intussen aan mee. HARALD MERCKELBACH vraagt zich af waarom mensen zo dol zijn op reconstructies van dodelijk geweld. Sommige dingen nemen af, andere juist toe. Zo neemt het aantal geweldsmisdrijven in Nederland al jaren achtereen af, in vrijwel alle categorieën, van lichte gevallen tot heftige geweldsdelicten. Ook in de zwaarste gewichtsklasse – moord en doodslag – zet die neergang...
door: van 3.890 geregistreerde zaken in 2013 naar 2.675 in 2025. Het zijn opvallende trends, zeker omdat de bevolking in diezelfde periode groeide. Nog opmerkelijker is dat deze ontwikkeling haaks staat op hoe veilig de gemiddelde Nederlander het vindt. Gevoelens van onveiligheid namen in de afgelopen jaren juist fors toe. Wat ook duidelijk toenam is de fascinatie van het grote publiek voor true crime. Die trend is zichtbaar in de ruime hoeveelheid documentaires in dit genre dat platforms als Netflix aanbieden. De populariteit van podcasts over gruwelijke moordzaken is eveneens veelzeggend: wereldwijd zijn er zo’n 23.000 en ze worden door luisteraars hoog gewaardeerd. Die groeiende belangstelling voor true crime blijft niet zonder gevolgen. Al in de jaren tachtig van de vorige eeuw toonden wetenschappers aan dat intensieve aandacht van de media voor geweldsmisdrijven ertoe leidt dat mensen zich onveiliger voelen. Geweldsmisdrijven waarvan toevallige passanten het slachtoffer worden zijn zeldzaam. Maar juist met berichten daarover kun je lezers en kijkers de stuipen op het lijf jagen. Wie ooit naar het Duitse opsporingsprogramma Aktenzeichen XY… ungelöst keek, kent dat uit eigen ondervinding. Handelskenmerk daarvan is het onder begeleiding van dreigende muziek naspelen van roofmoorden, verkrachtingen en ernstige mishandelingen opdat de kijker kan meehelpen met het vangen van het geboefte. Eigentijdse varianten van het programma, ook op de Nederlandse tv, proberen een vergelijkbare sfeer te schetsen. Bij een vluchtactie op de Duits-Nederlandse grens in Herzogenrath vermoordden RAF-terroristen in 1978 tweeNederlandse douanebeambten. foto Wolfgang Sevenich Met hun nadruk op willekeurig geweld voedt dit soort programma’s bij kijkers het idee dat in de boze buitenwereld zich elk moment een levensgevaarlijke vreemdeling kan aandienen. ‘Stranger danger’ heet dat in het jargon van criminologen en het is een fraai voorbeeld van hoe sterk onveiligheidsgevoelens en statistieken uit de pas kunnen lopen. De overgrote meerderheid van de geweldsdelicten speelt zich immers in de kring van familie, vrienden en bekenden af. Niet alleen podcastmakers ontdekken de aantrekkingskracht die van true crime uitgaat. Ook curatoren van musea doen dat. In zwang zijn exposities van foto’s uit de politiearchieven. Het Antwerpse FOMU toonde dit jaar met haar tentoonstelling Early Gaze vergeelde politiefoto’s van verdachten en van plekken waar zich een geweldsdrama had voltrokken. Het Fotografiemuseum in Charleroi zat met de tentoonstelling De beaux assassinats op hetzelfde spoor. Daar ging de aandacht vooral uit naar foto’s uit het Luikse politiearchief die misdaadreconstructies vastlegden: hoe de verdachte de bijl vasthield toen zij haar echtgenoot de schedel insloeg en dat soort zaken. Het waren vreemd genoeg aandoenlijke plaatjes: ze probeerden de modus operandi werkelijkheidsgetrouw vast te leggen, maar aan alles was de gekunsteldheid van de scènes af te lezen. De advocaten en magistraten die ooit van deze foto’s gebruik maakten om hun zaak te bepleiten zullen nooit hebben bevroed dat dit materiaal nog eens in een museum zou hangen. Dat het vooral Belgische musea zijn waar we oude mugshots en kiekjes van de crime scènes kunnen zien is niet toevallig. België was koploper in de politiefotografie en begon daar al rond het midden van de 19de eeuw mee. Er valt dus ook heel wat tentoon te stellen. Bezoekers die hopen enig inzicht te verwerven in de criminele geest komen echter bedrogen uit. Wat ze te zien krijgen zijn geen Lombrosiaanse boeventronies, maar toch vooral beklagenswaardige sloebers wier afgepeigerde gezichten door alcohol, honger en kou zijn getekend. De psychologie zal je hier niet veel verder helpen, de sociologie van armoede en maatschappelijke ontwrichting des te meer. ‘Een bezoek aan deze freak show over bloederige badkuipen en ijskasten met afgezaagde ledematen valt ook als bedrijfsuitje te boeken’ De psyche van seriemoordenaars doorgronden is wat de tentoonstelling Mind of a Serial Killer: The Experience in het Brusselse Tour & Taxis de bezoekers in het vooruitzicht stelt. Het is ook niet zomaar een tentoonstelling, nee, het is een experience, een ervaring. Maar pas op, zeggen de makers want onze tentoonstelling ‘bevat schokkende en/of verontrustende inhoud.’ Alleen wie zestien jaar of ouder is mag naar binnen. Wat getoond wordt zijn leven en werken van twintig seriemoordenaars: beelden van hun slachtoffers, reconstructies in virtual reality van hoe ze ter werk gingen, grafisch materiaal over bloederige badkuipen en ijskasten met afgezaagde ledematen. Een bezoek aan deze freak show valt ook als bedrijfsuitje te boeken. Kennelijk is seriemoord intussen geschikt bevonden als vorm van teambuilding; je ziet de brainstormsessie van de organisatoren met een duur marketingbedrijf zo voor je. Op de website van Tour & Taxis lezen we onder de Frequently Asked Questions (FAQs): ‘Deze experience gaat over gewelddadige misdaad. Hoewel educatief bedoeld, bevat de show emotioneel zware en confronterende thema’s. Heb je last van angstklachten, hartproblemen, epilepsie of ben je overgevoelig voor flitsen en harde geluiden? Dan raden we een bezoek af. Je bezoekt het evenement op eigen risico.’ Het klinkt als een omfloerste uitnodiging tot ramptoerisme. Die indruk wordt versterkt door een FAQ die bij een normaal iemand niet snel zal opkomen: ‘Wordt er merchandise verkocht? Jazeker! In onze shop kun je terecht voor een leuk aandenken aan je bezoek.’ Omdat een aantal nabestaanden van slachtoffers van de in Brussel geëtaleerde seriemoordenaar nog leeft, was die opmerking voor mij toch reden om af te zien van dat bezoek. De twintig seriemoordenaars die in de Brusselse experience aan bod komen genieten ruime bekendheid omdat ze tot vervelens toe onderwerp zijn van talloze horrorfilms en documentaires. Het gaat inderdaad om de Ted Bundy’s en de Jeffrey Dahmers. Het zijn bijna allemaal Amerikaanse mannen. Hun criminele carrières spelen zich voornamelijk af in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw. Over hun achtergrond is veel bekend, maar voor zielsvorsers is daar weinig eer aan te behalen: ze komen allemaal uit disfunctionele families, hebben als kind veel slaag gehad en begonnen op jonge leeftijd al met het maltraiteren van dieren, en later mensen. Reconstructie van een moord, Rue des Lilas 3, Ougrée, 14 oktober 1938. Uit de expositie De beaux assassinats inhet Fotografiemuseum Charleroi. © Archives de l’État à Liège Waar de FAQs van de Brusselse experience niet over reppen is dit: rond 1970 waren er zo’n 280 seriemoordenaars actief in de VS, in 2010 was dat aantal gezakt naar 40 en op dit moment is er nog maar een handjevol over. Hoezo? Vroeger zwierven de Ted Bundy’s uit welbegrepen eigenbelang van de ene staat naar de andere. Omdat de communicatie tussen de politiediensten beperkt was, konden seriemoordenaars in landen met een federale structuur zo jaren onder de radar blijven. Met de komst van digitale informatie-uitwisseling is dat een stuk lastiger geworden. Ook vanwege DNA-technologie worden potentiële seriemoordenaars nu veel eerder opgepakt en vastgezet. De Brusselse experience draait dus om een fenomeen dat in rap tempo aan het verdwijnen is. Dat maakt haar psychologische pretenties des te merkwaardiger. Er zijn in de psychologische vakliteratuur van de afgelopen twintig jaar geen gezaghebbende stukken verschenen over de drijfveren van de seriemoordenaars. Wél artikelen over de curieuze belangstelling van jonge mensen voor seriemoordenaars en hoe die gevormd wordt door een entertainmentindustrie die jaarlijks 700 miljoen dollar (ijkjaar: 2013) omzet met boeken, podcasts en films over het onderwerp. Die invloed strekt zo ver dat sommigen rondlopen in T-shirt met ‘I love serial killers’. Niet de psychologie van seriemoordenaars is fascinerend, maar die van deze jonge generatie. Wat maakt dat jongvolwassenen dol zijn op grafische reconstructies van dodelijk geweld? Je gaat toch ook niet terug naar restaurants waar het eten vies was? De kwestie wordt aan de orde gesteld in Over de grens: criminaliteit in Limburg in het Limburgs Museum in Venlo. De tentoonstelling opent met twee wanden. Een met oude mugshots van Limburgse boeven. En een andere met uitspraken die ooit verstandig leken, maar nu als zotteklap imponeren. Zoals die van de in zijn tijd vermaarde psychologieprofessor Buytendijk die – we praten over 1951 – criminele uitwassen in verband bracht met het katholieke geloof. Vervolgens wordt de bezoeker langs een aantal vitrines en tv-schermen geleid waarop grote zaken in herinnering worden gebracht. Zoals de IRA-moorden in Roermond, de dodelijke schietpartij aan de Vaalser grens met voortvluchtige RAF-terroristen en de fatale insuline-injecties die bejaarde patiënten van een verpleger met de bijnaam ‘dikke Frans’ kregen. ’Het aantal geweldsmisdrijven neemt af, maar onze verbeelding wordt er alleen maar grimmiger op’ Aan het einde van het parcours komt de Amsterdamse psycholoog Suzanne Oosterwijk aan het woord. Zij deed veel onderzoek naar morbide curiositeit, dat wil zeggen onze belangstelling voor alles wat met dood en verderf te maken heeft. De een heeft dat wat sterker dan de ander. Maar de neiging als zodanig, zo legt Oosterwijk overtuigend uit, heeft een evolutionaire oorsprong. Het is hoe homo sapiens lering wil trekken uit catastrofes. Dat begint met het onder ogen zien van morbide scènes. De Italiaanse auteur Giuseppe Tomasi di Lampedusa beweerde ooit dat de voorkeur van zijn landgenoten voor pathetische hyperbolen en theatrale kitsch haar oorsprong had in het massale bezoek dat zij vanaf het begin van de 19de eeuw aan de opera brachten. Iets vergelijkbaars zou je kunnen zeggen over hoe de entertainmentindustrie onze morbide nieuwsgierigheid op sleeptouw heeft genomen en van bijna elk gruwelverhaal de zoveelste variant op Silence of the Lambs maakt. Terwijl gewelddadige criminelen uit het straatbeeld aan het verdwijnen zijn, kan de entertainmentindustrie, en inmiddels ook menig curator, maar geen afscheid van hen nemen. Misschien wel omdat milieudelicten, witwaspraktijken, handel met voorkennis en andere varianten van witteboordencriminaliteit zich nu eenmaal moeilijk laten verfilmen of musealiseren. Het aantal geweldsmisdrijven neemt af, maar onze verbeelding wordt er alleen maar grimmiger op. Over de grens: Criminaliteit in Limburg. T/m 03.01 in het Limburgs Museum in Venlo. Mind of a serial killer: The experience. T/m 30.09 in Tour & Taxis in Brussel.
Dit artikel is alleen toegankelijk voor Zout-abonnees.
Log in als u al abonnee bent.
Klik hier als u abonnee wil worden - voor 6,60 euro per maand ontvangt u het kunst- en cultuurmagazine voor het Zuiden. Sluit u nu aan!