Voor het eerste schreef kinderboekenauteur Benny Lindelauf een roman voor volwassenen. Een flinke bevalling, vertelt hij aan PAUL VAN DER STEEN. ‘Ik dacht, hoe onterecht, dat ik door het hoepeltje van de grote mensenliteratuur moest springen.’ Nee, dat Walter, hoofdpersoon van Benny Lindelaufs nieuwe boek Het licht tussen onze vingers de kost verdient als rijschoolhouder, is ondanks zijn eigen licht traumatische autoervaringen geen zoete wraak van de auteur. Lindelauf haalde pas op zijn 46ste zijn rijbewijs. Al bij het vooruitzicht...
van de rijlessen kreeg hij ‘de slingerschijt. Zo’n grote machine en het gevoel dat je geen controle hebt. Dat het ook niet goed kan aflopen met je, als je die machine niet goed bestuurt. Dat vond ik een opgave. Inmiddels lukt me dat wel.’ Maar Walter is een fictief karakter. ‘In werkelijkheid had ik juist een ontzettend invoelende rijinstructeur. Terwijl Walter heel moeilijk contact maakt met de rest van de wereld en al helemaal met de mensen die het dichtst bij hem staan.’ Lindelauf vertelt het tijdens een interview op afstand. Eind 2025 en begin 2026 brengt hij door in Catalonië waar hij 20 jaar geleden met zijn partner een vervallen schuur kocht die inmiddels is opgeknapt tot woning. Door dat huis begon hij ook met zijn verlate autorijlessen. ‘Het is hier ideaal ontspannen en ideaal schrijven. Maar het huis ligt ook zes kilometer van de eerste doorgaande weg. Daardoor was mijn man altijd de klos. Hij moest de boodschappen doen, want ik kon niet rijden. Los daarvan wil ik hem, mocht er ooit iets met hem gebeuren, wel naar die weg kunnen brengen. Toen ik ben ondanks al mijn nachtmerries vooraf toch maar dat papiertje gaan halen.’ Illustratie uit Duizend vadem van Moos Boeke In Het licht tussen onze vingers zorgt het beroep van Walter lang voor enige orde – tot hij een kwaal krijgt aan een van zijn benen. Hij moet stoppen als rijschoolhouder, houdt dat thuis stil en doodt de dagen met werk als vrijwilliger op een ooievaarsopvangstation. Het voorkomt niet dat de man die zich als rijschoolhouder nog kon vasthouden aan protocollen en ingrepen bij foutief rijgedrag de grip op zijn leven verliest. De nieuwe situatie confronteert hem met de stroeve relatie met zijn vrouw, de eetstoornis van zijn dochter, zijn vermiste zoon en zijn eigen seksualiteit. Benny Lindelauf (Sittard, 1964), eerder actief als acteur en danser, maakte de afgelopen kwarteeuw naam met jeugdboeken als Negen open armen, De hemel van Heijvisj, Hoe Tortot zijn vissenhart verloor en Hele verhalen voor een halve soldaat. Het leverde talrijke prijzen op, zoals tweemaal de Woutertje Pieterse Prijs en een Zilveren Griffel. Het deze maand verschenen Het licht tussen onze vingers is zijn eerste roman voor volwassenen. Het was de radiodocumentaire Het tweede afscheid van Rogeria Burgers die de kiem legde voor het boek. Lindelauf: ‘Zij interviewde ouders van wie de zoon als 13-jarige vermist was geraakt tijdens een skivakantie. Dat vond ik al een indrukwekkend gegeven. Maar er zat nog een tamelijk bizar staartje aan, omdat ze die jongen dertien jaar later vonden. Lichamelijk helemaal intact, ingekapseld in het ijs. En normaal vind je hooguit iets kleins terug, als mensen in een gletsjerspleet vallen. Nu was dat het complete stoffelijk overschot van de jongen, terwijl ze zelf dertien jaar ouder waren geworden.’ Waarom hij nu juist aan dit gegeven bleef hangen, weet Lindelauf eigenlijk niet precies. ‘Het zal met tijd te maken hebben. Letterlijk terug kunnen gaan in het verleden en je kind terugvinden. Een soort tijdreis. Dat heeft iets fascinerends en onbegrijpelijks.’ ‘Ik-verhalen zijn populair, ik weet het. Maar ik vind mijn eigen verhalen niet zo interessant’ Lindelauf is geen sterk autobiografische schrijver. ‘Ik weet het: ik-verhalen zijn populair. Het moet allemaal zoveel mogelijk echt gebeurd zijn. Maar ik vind mijn eigen verhalen niet zo interessant. Dat leven leef ik al en hoeft wat mij betreft niet per se verder te worden onderzocht. Misschien ontdekt iemand anders over twintig, dertig jaar wél lijnen tussen mijn werk en mijn wereld.’ Zelf hij is niet zo nieuwsgierig naar waarom hij iets schrijft. ‘Ik hoef alleen maar te weten dat ik het wíl schrijven. Dat is geen rationele maar een intuïtieve keuze. Wel een erg belangrijke, omdat je je soms voor jaren aan een onderwerp verbindt.’ In dit geval was hij maar liefst dertien jaar met het gekozen thema bezig. ‘Tot drie keer toe heb ik alles weggegooid en ben ik vanuit een nieuw perspectief begonnen. Uiteindelijk werd het de blik vanuit Walter. Maar ook de eerste versie vanuit hem kreeg bij Querido en een andere uitgeverij de handen niet op elkaar. Daarna heb ik zelf een redacteur, Willemijn Lindhout, ingeschakeld. Door gesprekken met haar kreeg ik in de gaten hoe ik de verschillende lijnen in het boek met elkaar kon verbinden. Kennelijk moest het verhaal eerst door de zeven magen van de koe gaan, voordat het echt een publicabel boek opleverde.’ Ter voorbereiding werkte hij onder meer als vrijwilliger op een ooievaarsopvangstation in Drenthe. Eén worsteling had de schrijver zich achteraf wel kunnen besparen. ‘Met een volwassen onderwerp en volwassen personages werd het me al snel duidelijk dat het een roman voor volwassenen moest worden en daardoor sloop een raar idee in mijn hoofd. Ik dacht, heel onterecht, dat ik door het hoepeltje van de grote mensenliteratuur moest springen. Pas later realiseerde ik me dat er nauwelijks verschil is. Je hoeft geen Harry Mulisch, Jan Wolkers of een meer hedendaagse schrijver voor volwassenen te zijn. Vertel maar gewoon het verhaal zoals je het wil vertellen.’ Inmiddels overheerst de opluchting. ‘Ik heb heel lang gedacht dat ik er niet uit zou komen. Dat het boek er nu toch is, komt door mijn verzet tegen dat soort opwellingen. Ik vreesde dat stoppen een precedent zou scheppen. In elk schrijfproces zitten periodes waarin het moeizaam gaat en je aan je zelf gaat twijfelen. Eén keer daaraan toegeven betekent misschien vaker daaraan toegeven. Bij schrijven is de makkelijke weg een illusie. Er is alleen de weg die je moet gaan om een zo goed mogelijk eindproduct af te leveren. Ik ben nu heel blij met het eindresultaat. Voor mij is het goed. Als iemand anders het niet goed vindt, is dat jammer, maar het doet niks af aan mijn vreugde.’ Benny Lindelauf: ‘Ik vind het werken met anderen een prettige afwisseling met het solistische van mijn werk als prozaschrijver.’ foto Guido Bosua Tegelijkertijd met Het licht tussen onze vingers verschijnt deze februari een graphic novel. De jonge illustrator Moos Boeke verbeeldde Duizend vadem, eerder verschenen in Lindelaufs Hele verhalen voor een halve soldaat uit 2020. ‘Moos volgde een opleiding illustration design in Zwolle en vroeg me of hij een deel van het verhaal mocht gebruiken voor een studieopdracht. Dat leek me hartstikke leuk. Maar ik krijg vaker zulke verzoeken en ik was hem eerlijk gezegd alweer een beetje vergeten, toen hij zich meldde met het resultaat van zijn werk. Ik vond het prachtig. Dus ik dacht meteen: het zou zonde zijn, als het alleen bij een studieopdracht blijft. De redacteur bij uitgeverij Querido was ook direct enthousiast. Daarna hebben we een paar gesprekken gehad. Moos heeft een paar dingen geschetst. En op een gegeven moment kreeg hij het groene licht om er een boek van te maken.’ Tijdens het maakproces bleef Lindelauf nauw betrokken. ‘De illustraties dienden alle ruimte te krijgen. Maar wat hadden ze ondersteunend nodig aan tekst? Daarvoor moesten we met nieuwe ogen naar dat verhaal gaan kijken.’ Over het eindresultaat is hij lyrisch. ‘Moos laat in zijn tekeningen alleen het broodnodige zien en gebruikt vrijwel geen kleur. Hij laat het wit van de sneeuw en de donkerte van de nacht en het meer en alle tinten daartussenin heel mooi en subtiel uitkomen. In combinatie met de tekst heeft het daardoor iets van een klassieke zwart-witfilm. Ik vind het ook fantastisch dat een nieuwe generatie zich verbonden voelt met mijn werk.’ De laatste jaren gingen anderen vaker aan de slag met werk van Lindelauf. Zo schreef hij het scenario voor de familiefilm De ballonvaarder van Tim Oliehoek en maakte de tekst voor de voorstelling Zwembadjaren van jeugdtheatergezelschap Het Laagland. ‘Bij proza heb je natuurlijk alles in eigen hand. Je doet als het ware de regie, de belichting, het geluid, de decors allemaal zelf. In woorden. Bij film worden de beelden belangrijker. Bij theater de dialogen. Het begint natuurlijk met vertrouwen in de ander, de zekerheid dat je met goede makers werkt. Daarna moet je ruimte bieden en is het natuurlijk niet alleen meer jouw verhaal. Het zijn veelal getalenteerde mensen die met dingen komen die ik zelf niet had bedacht. Je merkt dan dat een verhaal eigenlijk een soort kauwgom is. Als het er eenmaal is, bezit het zoveel elasticiteit dat je er allerlei kanten mee op kunt.’ Benny Lindelauf, Het licht tussen onze vingers / Amsterdam, Querido, 2026 Benny Lindelauf & Moos Boeke – Duizend vadem / Amsterdam, Querido, 2026
Dit artikel is alleen toegankelijk voor Zout-abonnees.
Log in als u al abonnee bent of
klik hier als u het wil worden.
Zout bestaat dankzij lezers zoals u. In 2025 zoeken wij 1200 abonnees. Sluit u nu aan!