Gaea Schoeters kreeg dit jaar de Ultima, de intussen afgeschafte Vlaamse Cultuurprijs voor de Letteren. Intussen verscheen Het geschenk, de opvolger van haar doorbraakroman Trofee. ‘Een personage’, zegt ze tegen MICHAËL VAN REMOORTERE, ‘dient zich bij mij aan, en dan is het mijn taak te bekijken hoe het past binnen mijn verhaal.’ Ze vindt het opvallend was dat Vlaamse auteurs in eigen land pas waardering krijgen nadat er successen zijn geboekt in het buitenland. Ook in Nederland, waar haar uitgever...
zit, bestaat er een harde muur van zuid naar noord – terwijl Nederlandse auteurs in Vlaanderen wel aan de bak komen. Het kan zijn dat een gebrek aan zelfvertrouwen bij Vlamingen een rol speelt, zegt succesauteur Gaea Schoeters. Wellicht speelt ook een stijlverschil mee tussen de literaturen van Nederland en Vlaanderen, en hun andere houding ten opzichte van literatuur. ‘In onze literaire canon staan meer Nederlanders dan Vlamingen, op de leeslijsten voor scholen in Vlaanderen staan hoofdzakelijk Nederlandse auteurs. Omgekeerd is dat niet zo; op Nederlandse leeslijsten staan nauwelijks Vlaamse auteurs. Vlamingen krijgen in Nederland ook minder persaandacht en podiumtijd dan omgekeerd. Gaea Schoeters (Sint-Niklaas, 1976) kreeg dit jaar de Ultima, de Vlaamse Cultuurprijs voor de Letteren, onder meer vanwege het engagement van haar schrijverschap. Dat kwam niet uit de lucht vallen, zegt ze. ‘Dat ik door andere mensen als een vrouw word gezien heeft consequenties voor hoe ik word ingeschat en behandeld. En welke kansen ik krijg. Dit besef kwam nogal laat omdat ik altijd mannelijke auteurs had gelezen. Ik kon me met hun veelal mannelijke wereldbeelden identificeren zonder dat ik mij afvroeg of er niet iets ontbrak. Ik ben vrij laat op zoek gegaan naar de blinde vlekken van dat wereldbeeld in queer- en andersoortige nicheliteratuur. Door het lezen van die boeken is mij duidelijk geworden dat veel zaken in termen van gelijkheid en rechtvaardigheid die ik, ook binnen de literatuur, voor vanzelfsprekend hield, dat helemaal niet waren.’ Gaea Schoeters: ‘Wat ik mis, is een serieus debat rond wat literatuur is en waar we mee bezig zijn. En dat mag op het scherpst van de snede’. foto Josefien Tondeleir Toch zijn de hoofdpersonen in je boeken mannen, ook in Het geschenk. ‘Dat klopt, tot nu toe heb ik in de verhalen die ik wilde vertellen steeds weer een mannelijke hoofdpersonage nodig gehad. Al klinkt dit te doordacht. Een personage dient zich bij mij aan en dan is het mijn taak het te leren kennen en te gaan bekijken hoe het past binnen het verhaal dat ik wil vertellen. Het Geschenk is gebaseerd op een krantenartikel waarin Botswana in reactie op nieuwe wetgeving van Duitsland omtrent de stroopjacht ermee dreigde 20.000 olifanten naar Berlijn te sturen. Grootwild in de Duitse hoofdstad, wat en fantastisch idee voor een satire, dacht ik meteen. En omdat ik het vooral over de politieke reactie op dit logistieke probleem wilde hebben, diende het personage van de bondskanselier zich aan. Ik heb hem wel doen omringen met een aantal vrouwen, zowel in zijn kabinet als daarbuiten.’ In tegenstelling tot Trofee, dat zich in een niet bij naam genoemd land in Afrika afspeelt, koos je ervoor om de olifanten in het echte Berlijn amok te laten maken. Waarom deze keuze? ‘Allereerst omdat je dan dat prachtige openingsbeeld krijgt van een olifant die zich met water wast in de Spree. Daarnaast was Trofee een boek van een witte man die op trofeejacht gaat in Afrika, maar niet van Afrika houdt. Afrika blijft voor hem louter een decor voor waar het hem om te doen is: het neerschieten van grote dieren. Die onverschilligheid toont zich in het boek door nooit helemaal duidelijk te maken waar hij zich bevindt en of hij dat zelf weet. Het geschenk vertrok dus niet alleen van een bestaand krantenartikel, maar gaat over dat Afrikaanse element dat naar Europa komt in antwoord op onze aanwezigheid in dat continent. Ik denk dat het hielp om zo concreet mogelijk te zijn om de satirische opzet van de novelle beter tot zijn recht te doen komen.’ Daarbij heb je de laatste twee jaar, vanwege het succes van Trofee, veel door Duitsland gereisd. ‘Trofee heeft mij inderdaad de kans gegeven Duitsland beter te leren kennen. Voor de Duitsers, die in hun eigen literatuur nog steeds de Tweede Wereldoorlog aan het verwerken zijn, was Trofee een manier om het over hun koloniën te hebben zonder ze bij naam te hoeven noemen.’ 20.000 olifanten in Berlijn droppen is een groot gebaar. Je boeken lijken zich te kenmerken door een verlangen naar dit grote gebaar. Geldt dat ook voor je personages? ‘Ik werk ook veel als librettist voor operaproducties. Het grootse van de opera is iets waar ik als kind al enorm van hield. Tbc-patiënten die drie uur lang de mooiste aria’s zingen. Heerlijk! Ook heb ik daarvan geleerd dat je met veel wegkomt als je het publiek op het einde een grandioze finale geeft. Wellicht zit dit ook in de verhalen die ik in mijn boeken vertel.’ ‘Kundera schrijft om te delen wat hij allemaal niet weet. Mulisch schrijft om te laten zien wat hij allemaal weet – en jij niet’ Eén van je literaire helden is Milan Kundera. Komt het daar ook vandaan? ‘Ja, Kundera, nog altijd. En Harry Mulisch ook. Twee mannen die echt 20ste eeuwse romans schreven met alle connotaties van dien. Hoewel er toch een groot verschil is tussen de twee. Kundera schrijft om te delen wat hij allemaal weet. Mulisch schrijft om te laten zien wat hij allemaal weet, en jij niet. Maar ik hou ook van Mulisch’ gevoel voor grote vertellersingrepen in zijn verhalen. Waardoor hij ermee wegkomt om zomaar een vrouw op een skilift te laten verdwijnen. Of een standbeeld uit de lucht op het hoofd van een vrouw te laten vallen.’ Je schreef ooit dat je dat mist in de literatuur: reuring, het bruisen van de letteren. Is dat dan wat je bedoelde? ‘Ik weet niet of ik het bruisen van de literatuur zelf of het bruisen rond de literatuur mis. Wat ik wel mis, is een serieus debat rond wat literatuur is en waar we mee bezig zijn. En dat mag op het scherpst van de snede’. Ik zou het nog over één iemand willen hebben: Pia Fraus. ‘God, ja. Onlangs is het dus naar boven gekomen dat ik twintig jaar geleden twee boeken met lesbische erotische verhalen onder dat pseudoniem publiceerde. Destijds gebruikte ik dat pseudoniem vooral om de fantasie van de lezer zo vrij mogelijk te laten. Maar ook omdat ik als vrouw niet het label van nicheliteratuur opgeplakt wilde krijgen. Ik was al een vrouw, en ook nog een Vlaamse; als daar meteen de etiketten ‘queer’ en ‘erotisch’ bij waren gekomen, dan zouden, in de woorden van een goed bedoelende collega, mannen mij al helemaal niet meer willen lezen.’ ‘In Het geschenk zit overigens een heteroseksuele scène. Toen ik het manuscript anoniem had ingediend voor de wedstrijd van het Boekenweekgeschenk, zei de jury dat deze scène enkel door een vrouw en meer bepaald door een lesbienne geschreven had kunnen zijn. Wat zegt dit dan over de meeste mannen?’ Lachend: ‘Dat ze wellicht beter wat meer vrouwen en lesbiennes zouden lezen!’
Dit artikel is alleen toegankelijk voor Zout-abonnees.
Log in als u al abonnee bent of
klik hier als u het wil worden.
Zout bestaat dankzij lezers zoals u. In 2025 zoeken wij 1200 abonnees. Sluit u nu aan!