In onze drang tot vooruitgang en een beter bestaan proberen we de natuur te beteugelen. Maar hoe houdbaar is onze relatie met de wereld om ons heen? Nu de verhoudingen tussen mens en planeet op scherp staan, duikt Eva Vriend in de geschiedenis van onze omgang met de natuur en ons beeld daarvan. Behoedzaam liep Jo de vliegtuigtrap af. Een persfotograaf stond hem op te wachten. Met een kleine glimlach keek hij recht in de camera. Een uitbundige vrolijkheid was,...
gegeven de omstandigheden, nogal misplaatst, zo moet hij zich hebben gerealiseerd. Ook zijn vrouw Wil, die hem direct volgde, ontglipte slechts een ingehouden lach. Alsof hij een popster was, of een stervoetballer. Zo werd zijn aankomst op Schiphol door de media verslagen. ‘Gekleed in een jekker, stapte de professor vanmorgen uit de Petrus Plancius, het KLM-lijnvliegtuig uit Amerika,’ meldde Het Parool op de voorpagina. Het was dinsdag 17 februari 1953 en Nederland was kort daarvoor getroffen door wat voor ons land de grootste natuurramp van de 20ste eeuw zou worden. Door een heftige stormvloed waren op meer dan honderdvijftig plaatsen in Zeeland, Zuid-Holland en Noord-Brabant de dijken doorgebroken. 1836 mensen overleefden de ramp niet. Tienduizenden dieren lieten het leven. Het natuurgeweld verwoestte 4300 huizen en gebouwen. De totale schade bedroeg 1,5 miljard gulden, wat nu gelijk zou staan aan 5,4 miljard euro. Het land was in shock. ‘Een ramp heeft het land getroffen,’ schreef de Volkskrant. En er was maar één man die redding kon brengen. ‘Men heeft hem nodig. Een man die als geen ander de waterloopkundige problemen van zijn land beheerst.’ De rijzige man die daar de vliegtuigtrap afdaalde, was professor ingenieur Johannes Theodoor Thijsse. Hij moest het land verlossen. Het lijkt me goed om hier meteen duidelijk te maken hoe groots de status van Jo Thijsse was. Zijn vader Jac. P. is al een Bekende Nederlander. Zeker als de Verkade-albums ter sprake komen weten de meesten ook vandaag nog meteen over wie je het hebt. Ze hebben zelf zo’n boek thuis liggen of weten nog dat hun ouders er een of meerdere hadden. ‘O ja, met die prachtige plaatjes…’ Maar dat zijn oudste zoon een wereldberoemde wetenschapper was die het gezicht werd van de waterstaatkundige expertise waarmee Nederland internationaal furore maakte? Het is bij weinigen bekend. Jo was ook een graag geziene gast in de hoogste kringen, hij stond op goede voet met het koningshuis. Bij zijn overlijden in 1984 zou zijn echtgenote een persoonlijk telegram ontvangen van zowel prinses Juliana als koningin Beatrix. Professor Jo Thijsse in het Waterloopkundig Lab in Delft. fotograaf onbekend/Anefo/Wikipedia Ik kom de koninklijke schrijvens tegen in het privéarchief van Jo Thijsse, dat wordt bewaard door de oudste kleinzoon Carel Thijsse – in een grote afsluitbare plastic Ikea-krat bij hem thuis. Op 3 mei 1984 schreef prinses Juliana: ‘Ontroerd vernemen wij het heengaan van uw man, deze grote Nederlander aan wie ons land zoveel verschuldigd is en aan wie wij persoonlijk zoveel sympathieke herinneringen mogen bewaren.’ Jo en zijn echtgenote Wil Thijsse-Gerritsen waren eind januari 1953 met de Holland-Amerikalijn afgereisd naar de Verenigde Staten. Het avontuur tegemoet. Als oprichter en directeur van het Waterloopkundig Laboratorium en hoogleraar hydraulica aan de Technische Hogeschool Delft zou Jo zes maanden een bijzondere leerstoel bekleden aan de Universiteit van Michigan. Daarna zou hij een halfjaar lang overal in het land zijn kennis verder verspreiden tijdens gastlessen en op een internationaal congres. Het zou bij één college blijven. ‘Van de minister van Verkeer en Waterstaat ontving ik op 3 Februari een telegram om zo snel mogelijk terug te komen,’ zou Jo tegen Het Parool zeggen. Die krant zat erbovenop en belde Jo terwijl hij ‘de laatste toebereidselen trof voor een overhaast vertrek’. Hij had het eerst niet willen geloven toen een Amerikaan hem in de trein vertelde dat een groot stuk van Nederland ondergelopen was. Eenmaal geland op Schiphol bevroegen de journalisten Jo meteen over zijn visie op het rampgebied. Hoe moest zo’n catastrofe in de toekomst worden voorkomen? ‘Terwijl prof. Thijsse met behulp van zijn echtgenote de omvangrijke bagage, die hij voor een ietwat langduriger verblijf in Amerika niet kon ontberen, bij elkaar zocht,’ sprak hij zijn gehoor volgens de Nieuwe Haarlemsche Courant glimlachend toe. Het was bekend dat Jo voorstander was van het afsluiten van de zeegaten van Zuid-Holland en Zeeland. Het ingrijpende plan van de in waterstaatskringen bekende ingenieur Johan van Veen lag al enige tijd op de plank; Zuidwest-Nederland zou de verbinding met de zoute Noordzee volledig kwijtraken. Jo had hier ervaring mee. Als junior ingenieur was hij in december 1918 begonnen bij de staatscommissie die de aanleg van de Afsluitdijk wetenschappelijk aanstuurde. Deze afsluiting van de Zuiderzee was het antwoord geweest op de overstromingsramp van 1916, waarbij veel minder dodelijke slachtoffers waren gevallen, maar die anderszins ook verwoestend was geweest. Een andere, meer conservatieve oplossing voor de problemen in Zuidwest-Nederland was het verhogen van de bestaande dijken over bijna duizend kilometer. Om de veiligheid eens en voor altijd te garanderen, was de meer radicale aanpak beter, gaf Jo aan. Dan kon ook de verzilting van de kuststreek worden tegengegaan, wat op de lange termijn beter was voor de landbouw en de drinkwatervoorziening.‘Terwijl hij energiek en glimlachend met zijn koffers naar de douaneambtenaren liep, vertelde prof. Thijsse iets meer over het veelomvattende plan. ’Technisch was het mogelijk, al zou het ingewikkelder worden dan bij de Zuiderzee. De binnenzee had een maximale diepte van 11 meter, waar het water in Zeeland op sommige plaatsen 40 meter diep was. En hoe zou het water van de rivieren die uitkwamen in de zeegaten moeten worden afgevoerd bij hoge vloed? Al met al zou een afsluiting van Zeeland veel meer kosten dan de Afsluitdijk, en dus vergde de ingreep een nadere studie. De gevolgen voor het zilte landschap zouden desastreus zijn. Tegenover de journalisten noemde Jo dat ‘een kleiner belang’. ‘Een kleiner belang.’ Dat is een opmerking om even bij stil te staan. Stel dat Jo zich vandaag de dag op Schiphol tegenover een horde journalisten zou moeten verantwoorden voor een plan om een zoutwatercultuur rücksichtslos om te vormen tot een zoetwaterplas? Filmende mobiele telefoons, microfoons van meerdere nieuwsprogramma’s en volop kritische vragen. Hoezo, professor Thijsse? Waarom, professor Thijsse? Dat kan toch niet zomaar? Hij zou eerst en vooral rekenschap moeten geven van het verwoesten van het oorspronkelijke, natuurlijke onderwater- en kustleven. Bovenstaande tekst is een fragment uit Vriends boek De waterzoon. Jac. P. Thijsse, zijn zoon en onze verhouding tot de natuur, het in oktober verschenen Maand van de Geschiedenis-essay.
Dit artikel is alleen toegankelijk voor Zout-abonnees.
Log in als u al abonnee bent of
klik hier als u het wil worden.
Zout bestaat dankzij lezers zoals u. In 2025 zoeken wij 1200 abonnees. Sluit u nu aan!