Is het omdat we zijn onheilspellende boodschap niet willen horen dat Geert Maks Wisselwachter. Amerika-Europa 1933-1945 niet eens de shortlist van de Libris Geschiedenisprijs haalde, vraagt WIDO SMEETS zich af. ‘We willen het liefst onder de dekens kruipen.’ Ze had nog nooit zo’n groot huis gezien, Henrietta Nesbitt, toen ze in de ochtend van 4 maart 1933 met haar man Henry rond het Witte Huis scharrelde en door de hekken naar binnen keek. Ze vergeleek de ambtswoning van de net...
aangetreden president Franklin D. Roosevelt met ‘een grote bruidstaart’. Henrietta was op sollicitatiebezoek in het Witte Huis; op uitnodiging van presidentsvrouw Eleanor Roosevelt werd ze er hoofd van de huishouding. Ondanks een staf van 32 dienstmeisjes, butlers en koks stond ze bekend om de legendarisch slechte maaltijden die ze de president liet voorzetten. Roosevelts opvolger Harry Truman ontsloeg haar in 1945. Officieel wegens weerspannigheid, waarschijnlijker is dat hij haar kookkunsten zat was. Toen ik, jaren geleden alweer, zelf aan de hekken stond, vond ik het Witte Huis juist opvallend klein, en niet zo goed passen bij zo’n groot en machtig land. Dat was ook de eerste indruk van Geert Mak, zo las ik deze zomer in zijn jongste boek Wisselwachter. Amerika-Europa, 1933-1945. Er zit een gedachte achter het relatief bescheiden presidentiële onderkomen, en in het boek legt hij uit waarom. De machthebbers in Washington kozen in 1790, vlak na de onafhankelijkheid, bewust voor een relatief kleine en functionele ambtswoning. Het Witte Huis paste bij een type regeringsleider die de wereld tot dat moment niet kende: een gekozen en roulerende president. Een man die de spelregels van de democratie accepteerde en begreep dat zijn macht eindig was; mocht hij na vier jaar niet worden herkozen, dan reed de verhuiswagen voor. Je kunt dan beter niet te veel spullen hebben. ‘Als dit klinkt als corruptie, schreef columnist Jamelle Bouie in de New York Times, ‘dan komt dat omdat het dat is’ In vergelijking met koninklijke paleizen als Buckingham Palace (775 kamers) en Versailles (2300 kamers) komt het Witte Huis er met 132 kamers bekaaid vanaf. De Amerikanen moesten niets hebben van de protserige, van het volk losgezongen Europese dynastieën. Ze wilden No Kings – zoals dezer dagen op de borden van anti-Trump demonstranten staat. De zittende president trekt er zich overigens niets van aan. Midden oktober, in de week dat de federale overheid de deuren sloot omdat het geld op was, liet hij de sloopkogel door het Witte Huis halen. De complete oostvleugel moest eraan geloven om Donald Trump, een democratisch gekozen sociopaat en ladenlichter, te laten beschikken over een balzaal die groter is dan het Witte Huis, een ruimte vol glitter en glamour waar hij zijn dynastieke ambities kan uitserveren. De 300 miljoen aan bouwkosten worden opgebracht door bevriende miljardairs. Als dit klinkt als corruptie, schreef columnist Jamelle Bouie in de New York Times, dan komt dat omdat het dat is. Het Witte Huis als music hall voor de jamborees van de rijken – hoe anders was het in de periode die Geert Mak beschrijft in Wisselwachter. Amerika-Europa 1933-1945. De in 1932 aangetreden president Roosevelt leidde een land in diepe crisis. Op zoek naar oplossingen nodigde hij wetenschappers, schrijvers en intellectuelen uit om van gedachten te wisselen en zat hij de Brain Trust voor, een informeel groepje topeconomen dat regelmatig bijeenkwam in het Witte Huis. Het baanbrekende van Roosevelt, noteert Mak, was dat hij wetenschappelijke inzichten toepaste op het nieuwe regeringsbeleid. Bijna honderd jaar later decimeert zijn opvolger universitaire budgetten en zoeken Amerikaanse wetenschappers hun heil in het buitenland. In Nederland waait dezelfde wind. Bestuurders zetten wetenschappelijke inzichten die niet van pas komen weg als ‘niet meer dan een mening.’ Ervaren politici met een internationaal netwerk en kennis van zaken (Sigrid Kaag, Frans Timmermans) worden door de media weggepest omdat kennis daar als saai en ingewikkeld wordt gezien. Meningen zijn heilig, feiten inwisselbaar. Roosevelt viert zijn 61ste verjaardag met Hopkins (tegenover hem) aan boord van de Clipper, op de terugreis van Casablanca, 30 januari 1943. © National Museum of the U.S. Navy Voor het schrijven van het boek had Mak vijf jaar in afzondering geleefd. Toen hij onder zijn ‘stolp’ vandaan kroop ‘was het boek ineens schokkend actueel geworden’, zei hij in een interview in NRC. Wisselwachter, het 568 pagina’s tellende relaas over de loopbaan van Harry Hopkins, Roosevelts adviseur en oliemannetje in het Witte Huis, is veel meer dan een biografie. Het is een geschiedenis van de relatie tussen de VS en Europa gedurende de jaren 1933-1945. Het gaat over de gevoelige relatie tussen Europa en de VS, een relatie die op dit moment opnieuw beproefd wordt. De huidige president is een hervormer die de sloopkogel hanteert, niet alleen in het Witte Huis. De vraag is of Europa tegen hem is opgewassen. Wisselwachter is een meesterwerk en, meer nog, een leerzaam boek. Zorgvuldig blijft Mak weg van al te opzichtige historische parallellen, en nergens is hij belerend. Toch zijn ze niet te missen, de passages die ons doen denken aan onze eigen verwarrende, onvoorspelbare tijd. Wisselwachter is een omineus spiegelpaleis waarin we onszelf, in onze pogingen om de wereld van nu te doorgronden, regelmatig tegenkomen. We lezen over Roosevelts voorganger Herbert Hoover wiens verkiezingsbelofte aan iedere hardwerkende burger over ‘een kip in de pan en een auto in de garage’ na de beurskrach van 24 oktober 1929 in de prullenbak kon. Toen hij een jaar later met zijn Tariff Act de Amerikaanse grenzen dichtgooide voor het handelsverkeer, reageerden andere landen insgelijks, waarna de wereldhandel met een kwart daalde. In die onzekerheid leven we nu ook. Maar zo bont als Trump, die Canada dreigde met tien procent extra heffingen omdat daar een hem onwelgevallig filmpje op tv was geweest, heeft Hoover het nooit gemaakt. ’Roosevelt was bijna een revolutionair tegen wil en dank’, schrijft Mak. Hij had geen andere keus. Bij zijn aantreden in 1932 was Amerika in crisis; de hele wereld was in crisis, economisch maar ook politiek. Met verbazing en afgrijzen zag Roosevelt hoe de nazi’s in 1933 in nog geen half jaar de democratie om zeep brachten – de route die Trump in de VS heeft ingeslagen. Over de checks and balances die dat zouden moeten voorkomen, horen we niemand meer. Geert Mak: ‘President Roosevelt bewees dat een democratie wel degelijke extreme situaties kon overleven als de leidende politici, telkens weer, de goede toon zetten, nieuw vertrouwen scheppen en nooit een stap opzij doen voor demogogen en handelaars in angst.’ foto Vincent Mentzel De New Deal, het hervormingsprogramma waarmee Roosevelt de armoede en sociale ontwrichting te lijf ging, kwam niet voort uit wetenschappelijke inzichten. Een gesprek met Keynes, de econoom die leerde dat overheidsinvesteringen de beste remedie zijn tegen vastgelopen economieën, was op niets uitgelopen. Toch trok hij met de New Deal het initiatief naar zich toe, met Harry Hopkins, van oorsprong maatschappelijk werker, die besefte dat werkloosheidsbestrijding een overheidstaak was. Als iemand geen werk kon krijgen in de private sector, zorgde de overheid voor een baan. In 1938, toen de New Deal in het slop dreigde te raken, werd Keynes alsnog omarmd; Roosevelt had een heldere economische theorie nodig die met prikkels de weer groeiende werkloosheid bestreed. De prikkels waren ook nodig om Amerika gereed te maken voor de oorlog. Publieke werken als de bouw van vliegvelden en oorlogsschepen waren meer dan alleen werkgelegenheidsprojecten. Het leger had een enorme inhaalslag te maken; in de wereldrangorde stond Amerika op de 18de plaats; België, Nederland en Zwitserland hadden grotere legers dan de VS. Hopkins’ gedachte was: geef de arbeider een baan en een loon, het geld dat hij gaat uitgeven brengt de economie weer aan de praat. Zijn kleindochter Julie, die zijn rol in de New Deal als historica bestudeerde, over de staatsbemoeienis: ‘Het idee heerste dat als je de grote bedrijven weer overeind hielp, die steun als vanzelf ook naar beneden zou sijpelen. Dat werkte nooit.’ Nog steeds niet, laat Mak je als lezer denken. Vanwege de enorme impact, de Great Depression was er mede het gevolg van, was Roosevelt er veel aan gelegen een herhaling van de beurskrach te voorkomen. In juni 1933 werd de Glass-Steagall Act van kracht: een scheidsmuur tussen consumentenbanken en investeerdersbanken maakte het bankensysteem crisisbestendig en beschermde de kleine spaarders. Mak: ‘Tot Bill Clinton bezweek onder de druk van de tycoons van Wall Street en het systeem in 1991 opblies – met als gevolg een nieuwe bankencrisis in 2008.’ Van een bang en chaotisch land werd Amerika onder Roosevelt een georganiseerde natie met vertrouwen in eigen kracht. Met het succes van de New Deal haalde de president ook de angel uit de autocratische tendensen in het land; tot in Roosevelts directe omgeving gold Mussolini’s corporatisme als een werkbaar alternatief voor de in veler ogen tekortschietende democratie. Mak, ook hier zonder met één woord te verwijzen naar de actualiteit van 2025: ‘Roosevelt bewees dat een democratie wel degelijk extreme situaties kon overleven als de leidende politici, telkens weer, de goede toon zetten, nieuw vertrouwen scheppen en nooit een stap opzij doen voor demagogen en handelaars in angst.’ ‘Nederlanders zijn pathologisch neutraal. We willen het liefst onder de dekens kruipen’ Psychologisch gezien is het succes van de New Deal, zeker de eerste jaren, moeilijk te overschatten. Roosevelt gaf de mensen hoop, er ontstond weer geloof in de toekomst. Maar vanzelf ging het niet. Journaliste Martha Gellhorn, door Harry Hopkins als een soort verkenner het land in gestuurd, trok in 1935 aan de bel vanwege de stagnatie en de teruggekeerde wanhoop die ze aantrof. Ook werd er gediscussieerd over de vraag of het bij de New Deal nu om herstel van de oude welvaart ging ‘of, fundamenteler, om verandering van het systeem en de beteugeling van het kapitalisme en een losgeslagen markt.’ Het debat over de beteugeling van het kapitalisme en de controle over de markten wordt in 2025 opnieuw – of nog steeds – gevoerd. De manier waarop de miljardairs van Big Tech, Trumps vrienden die van alles de prijs en van niets de waarde kennen, de consumenten gijzelen met hun verslavende producten, is een serieuze bedreiging van de wereld zoals we die kennen. Een ander nooit ophoudend debat gaat over de kloof tussen arm en rijk. De scheefgroei die we heden ten dage zien was er ook in de jaren 30, maar verminderde tijdens de New Deal. In 1928 ging 24 procent van alle inkomsten naar de rijken, tien jaar later was dat nog maar 16 procent. Harry Hopkins ‘was een zeldzaam scherpe denker’, schrijft Mak, ‘Roosevelt erkende dat hij hem vaak redde bij warrige groepsdiscussies als degene die in één zin de spijker op de kop slaat, precies op het punt waar het allemaal om draait.’ Hij was diens steun en toeverlaat in binnenlandse zaken, maar ontwikkelde zich na Pearl Harbor ook tot buitenlandspecialist. Hij won het vertrouwen van zowel Churchill als Stalin. Hoewel zijn gezondheid hem steeds meer parten speelde, voer en vloog Hopkins over de wereld om de toenmalige Coalition of the Willing bij elkaar te brengen, en te houden. Politiek opportunisme was Roosevelt niet vreemd. Kort na de Wannsee-conferentie in januari 1942, waar nazi-Duitsland besloot tot de Endlösung van het ‘Jodenvraagstuk’, wisten de geallieerden over aard, omvang en doel van de door de nazi’s op touw gezette omvolking van joden, in wezen een industrieel georganiseerde genocide. De BBC had het vanaf juli over gaskamers en vernietigingskampen. De Amerikanen werden door de met Roosevelt bevriende journalist Ed Murrow op de hoogte gebracht. Maar de president keek ervan weg, het zou zijn derde herverkiezing in de weg kunnen staan want er hing een sluier van passief antisemitisme over Amerika. Behalve Roosevelt spraken ook de kerken zich niet uit, en Joodse organisaties waren verdeeld. De Joden, zo redeneerde de president, zouden worden gered door Duitsland zo snel mogelijk te verslaan. Mak: ‘Het risico dat er op de dag van de overwinning in Europa nauwelijks meer Joden waren om te redden, nam iedereen op de koop toe.’ Ook over ‘moral bombing’ weet Mak ons geheugen op te schudden. Op voorstel van een Britse generaal besloten VS, Sovjet-Unie en Engeland tijdens een top in Casablanca in 1943 tot strategische bombardementen op Duitse steden met de bedoeling zoveel mogelijk burgerslachtoffers te maken. Een Britse generaal had becijferd dat een miljoen ton bommen 900.000 burgers zou doden en een miljoen ernstig verwonden. De vijand zou worden gedemoraliseerd en de oorlog zou korter duren. Het ‘recept voor massamoord’, aldus een criticus, leverde niet het gewenste effect op. Zoals de Duitse bombardementen op Coventry en Londen de Engelsen alleen maar strijdbaarder hadden gemaakt, zo maakten de bombardementen het Duitse publiek alleen maar grimmiger. Net zoals de Russische terreurraketten op burgerdoelen in Oekraïne en de doelgerichte massamoord door Israël in Gaza de tegenstander alleen maar vastberadener maken. Komt Nederland, ten slotte, nog voor in het boek? In januari 1940 brachten twee Amerikaanse journalisten, de eerdergenoemde Ed Murrow en zijn vriend William Shirer, de latere schrijver van het standaardwerk Opkomst en ondergang van het Derde Rijk, een weekend door in het winterse Amsterdam. De Tweede Wereldoorlog was al bezig, maar de Nederlanders genoten nog volop van het goede leven. ‘Ze dineren, dansen, gaan naar de kerk, schaatsen op hun grachten en doen hun zaken. En ze zijn blind – o zo blind – voor de gevaren die op hen afkomen.’ ‘Het had gisteren geschreven kunnen zijn’, zei Mak op 20 april in het tv-programma Buitenhof toen hij het consequente wegkijken van het wereldtoneel als nationale eigenschap hekelde. ‘Nederlanders zijn pathologisch neutraal. We willen het liefst onder de dekens kruipen.’
Dit artikel is alleen toegankelijk voor Zout-abonnees.
Log in als u al abonnee bent of
klik hier als u het wil worden.
Zout bestaat dankzij lezers zoals u. In 2025 zoeken wij 1200 abonnees. Sluit u nu aan!