HET DIER Het beest in de weide (van de vlammen gescheiden) Ziet hoe op poten de dag aanbreekt Hoe met gebaren de zon haar zevenstraat omslaat. En (in bladgoud, lichtogig en bevend) Het verlangt niet meer. ’s Nachts begeeft het zacht en dringt weer in het Woud waar de koude jager roept. Zo veilig, zo tam gaat geen mens De wereld binnen. HUGO CLAUS   Uit: Hugo Claus, De Oostakkerse gedichten Amsterdam, De Bezige Bij, 1955...

geluksvogel illustratie

Dit artikel is alleen toegankelijk voor Zout-abonnees.

Log in als u al abonnee bent.
Klik hier als u abonnee wil worden - voor 6,60 euro per maand ontvangt u het kunst- en cultuurmagazine voor het Zuiden. Sluit u nu aan!

Abonneer nu