In de week dat ik mijn digitale abonnementen van ochtend- en avondkrant weer inruilde voor de papieren versie, op mijn tablet was ik in vijftien minuten klaar, terwijl ik met de goede oude, dode-bomenkoerier drie kwartier onder de pannen was, in dat weekend dus kocht Jeff Bezos voor 188 miljoen euro The Washington Post. Een schijntje, gezien de traditie en positie van de krant die ondanks een vrije val in adverteerders en lezers nog steeds een oplage van 475.000 heeft.

Jeff Bezos is de oprichter van Amazon, de succesvolste internetwinkel uit de geschiedenis. Hij heeft een kwart van de Amerikaanse boekenmarkt in bezit, en bedenkt samen met Apple allerlei vuige listen om de prijs van het e-book op te drijven. De man is zo rijk dat die 188 miljoen voor The Washington Post overeenkomt met de dagelijkse schommeling van zijn privévermogen. Bij mij bedraagt die schommeling ongeveer een tientje.

De 49-jarige Bezos, zoon van een tienermoeder en een onbekende vader, is niet de enige internet-pionier die in de ‘oude media’ stapt. Vorig jaar kocht Facebook-pinoier Chris Hughes, goed voor een vermogen van 400 miljoen euro, het prestigieuze maar noodlijdende tijdschrift The New Republic. Hughes (30), naar verluidt de enige Facebook-jongen die zich placht te douchen, is “geobsedeerd door de vraag hoe serieuze journalistiek zal overleven in het digitale tijdperk. Als mensen deze vorm van journalistiek niet meer ondersteunen, heb ik het gevoel dat onze beschaving in verval is en onze democratie niet kan bloeien.”

Dit stukje gaat dus niet over papier versus digitaal, maar over onafhankelijke journalistiek versus wat mijn leermeester op de krant vroeger omschreef als ‘Schund’. Uit te spreken als sjoend, Duits voor rommel. De journalistiek wordt niet bedreigd door het internet, maar door pseudo-journalisten die rommel afscheiden.

De opgeleefde New Republic zou je als een speeltje van een ideologisch bevlogen miljonair kunnen afdoen. Bij The Washington Post lijkt er wat anders aan de hand. Bezos is geïnteresseerd in de krant als verdienmodel. En daarvan hadden we al een decennium of twee niets meer vernomen.

Bezos is, zo blijkt bij Amazon, bereid om bij een product waar hij in gelooft jarenlang verliezen te nemen. Een prettige eigenschap in een business die conjunctureel én structureel diep in de shit zit. In een open brief aan de Post-redactie schreef Bezos: “Onze route is niet bekend, wij zullen onze eigen weg moeten vinden. We moeten innoveren en experimenteren.” Daarbij vormen de lezers en de redactie de enige toetsstenen – en níet de aandeelhouders. Een krant hoort niet op de beurs. Journalistiek en het snelle geld vormen een slechte combinatie.

Retoriek? Wellicht. Maar Bezos’ focus is helder. Hij heeft de online magazines van The Post buiten de deal gehouden. Het gaat hem om het nieuws, dat hij volgens een analist als de olie van de 21e eeuw beschouwt. Met The Washington Post gaat Bezos boren waar hij iets denkt vinden. Wellicht in combinatie met Amazon, dat een gigantische databank met persoonlijke gegevens heeft opgebouwd: voor een advertentieafdeling het aardgas van de 21e eeuw.

Bij de overneming van The Washington Post heeft Bezos zich verbonden aan de twee journalistieke waarden die de krant groot maakten. 1. De moed om niet te snel te gaan, maar eerst rustig te kijken en aanvullende bronnen te zoeken. 2. De moed om het verhaal na te jagen, ongeacht de kosten.

Noem me een romanticus, voor mij stapt hier de courantier 2.0 uit de coulissen. Zonder driedelig pak, sigaar en kettinghorloge weliswaar, maar nog steeds handelend als een verlicht despoot met diepe zakken en oog voor ouderwetse kwaliteitsjournalistiek.