sonnet al mijn kastelen zijn allengs vernietigd en al mijn hemelen zijn ingestort. vleugelen waarmee ik eens hoog opwiekte zijn in de hitte van de zon verdord heel mijn werkelijkheid werd tot een mythe van groene beemden en van donker bos waarin ik leefde en een god mij toeriep uit tak en halmen en uit grijze schors moet ik mijn dagen dan opnieuw gaan vullen met strofen schrijven zoals dichters doen hun pen gedoopt in het glorierijkst gevoel? of moet...