In een zwembad uit Wereldoorlog II is een expo over wat sport vermag. Een goed excuus om te ontsnappen aan een thuismatch op zaterdag, vond AN OLAERTS. ‘Ik heb een hekel aan helden, op een bronzen paard net zoveel als met een wereldbeker in de lucht’. In 2000 ging het zwembad van Luik op slot. Het voldeed niet meer aan de veiligheidsnormen. In 2014 werd het een kunstencentrum. De eerste expo in het vernieuwde La Cité Miroir schreeuwde van ‘Plus...
jamais ça!’, dat nooit meer, over de deportaties in Wereldoorlog II. De nieuwste expo heet Podium – De macht van de sport en gaat over de invloed van sport. Het lijkt een niemendalletje in een decor van kleedkamers, lockers en tactieken op een whiteboard. Maar het oude zwembad is niet bang van een beetje oorlog. Op een voorjaarsnacht in mei 1940 vernielde een Duits bombardement 2500 glazen tegels uit het plafondgewelf. In Luik hebben ze het onthouden. Heel fijntjes dwarrelt het stof nog altijd in het licht dat door de ramen naar binnen valt. Sport vermag een hoop, maar unisono zaligmakend is het nooit. Ook al schreeuwen de supporters uit één enorme bek. De grote overwinning wordt hier niet gepredikt. Nog voor de sporttentoonstelling begint komt de vraag op wat winnen eigenlijk wil zeggen. En helemaal op het einde staat een podium van schuimblokken. Als je ertegen stoot, valt de constructie om. In Luik vallen ze niet op hun knieën voor goud. Terecht. Winnen is een vreemde combinatie van oefeningen, afspraken en willekeur. Tenzij de dood zich ermee bemoeit. Alleen dan wordt verliezen iets voor altijd. Scheidsrechter Jock Semple probeert atlete Katherine Switzer van het parcours te halen tijdens de Marathon van Boston in 1967, waar vrouwen niet werden toegelaten. foto de Harry Trask Gelukkig is de boodschap in het afgedankte zwembad subtieler. Podium graaft fijntjes een tunnel onder de valse triomf van de eenduidigheid. In vier kleedkamers rent de expo heen en weer tussen de dubbelzinnigheid. En in het midden staat een zwarte locker die in witte plakletters zegt: Wij kénnen de donkere schaduwen van sport, doping, corruptie, discriminatie, slaven die stadions bouwen en dictaturen. Ook dat willen we zichtbaar maken. Sport is de samenleving als ze beweegt, klinkt het in La Cité Miroir, niet meer of minder dan anders. Ik heb een hekel aan helden, op een bronzen paard net zoveel als met een wereldbeker in de lucht. Winnaars bestaan niet zonder verliezers. Het oorlogszwembad van Luik laat gelukkig ruimte voor de ambiguïteit van het podium. Ik ben een afvallige voetbalmoeder. In plaats van op zaterdag naar een match te kijken, bezoek ik liever een tentoonstelling, desnoods over sport. Ik kom binnen langs de lichtgroene bodem van vooroorlogse tegeltjes. Zo oud is het zwembad van Luik. De herinnering aan duizenden blote voeten die hier in het nat hebben getrappeld, maakt me vrolijk. Zwemmen is ook een sport. Ik lieg mezelf graag voor dat zwemmen een beter mens van me maakt. Het is een oefening in drijven, niet wild met je armen slaan maar glijden. Je moet je overgeven aan het water en het ritme. In ruil mag je heel even verdwijnen uit je eigen leven. In een hoofdtelefoon hoor ik een supporter iets gelijkaardigs zeggen. Hij houdt van de grote emotie van voetbalwedstrijden om zijn eigen kleinigheid te vergeten. Sport is willen opgaan in wat anders, of je nu kijkt of doet. Een vrouw zet haar handtas neer. Ze moet even wat doen. Ze kan het niet laten. Het is de lokroep van de uitdaging. Aan een touwtje hangt een basketbal. Die probeert ze in de ring te krijgen. Is dit wat sport doet? Ook! Sport kan veel, maar zelden kan het me bekoren. Het is lawaai. Het is overtuiging. Het is oorlog. Twijfelaars winnen niet. Ik ben er karakterieel voor op mijn hoede. De verhalen van Podium houden zich koest achter de metalen deurtjes van de kluisjes. Je weet nooit wat er tevoorschijn komt, een foto bijvoorbeeld van Helen Stephens. Tijdens de Olympische Spelen van 1936 in Berlijn won ze goud op de 100 meter sprint. En passant trapte ze Adolf Hitler op de tenen. In plaats van zijn Hitlergroet te beantwoorden met ook een Hitlergroet, gaf ze hem een handje. En de rest van het protocol kon haar ook worden gestolen. Ze wees de Führer achteloos af. Daarna propageerden de nazi’s dat Helen Stephens een man was. Exit de atlete met de gouden plak. Sport is een ongehoorzaam beest. Het is waarom dictators zich er altijd mee willen bemoeien Sport is een ongehoorzaam beest. Het is waarom dictators zich er altijd mee willen bemoeien. Ze willen de topsporter aan hun kant. Ze aaien hem, paaien hem en maaien hem. Sporters moeten dansen naar de pijpen van de macht, politiek, economisch én persoonlijk. In Luik noemen ze dat het dictaat van het afgetrainde lijf. Lichamen moeten individueel voldoen aan de perfectie. Grenzen worden verlegd, maar de beheersing is totaal. Ik denk dat ik te veel van variatie houd om écht van sport te houden. Op 6 augustus 2009 woonde ik een keer een Europese wedstrijd bij: AA Gent tegen AS Roma. De tribunes daverden. De supporters scandeerden eindeloos: Totti! Jeannet! Het hielp niet, want de Romeinen stampten zeven keer binnen. Gent scoorde maar één keer. Achterlijke vertoning was het en het lag geeneens aan de doelpunten. Ik kon maar aan één ding denken: was ik maar ergens anders. In Luik ben ik goddank ergens anders. Op de tentoonstelling ontsnap ik aan de verplichte zaterdagmatch. Hoera! Ook voor wat ik nog niet wist. Wat ik meeneem van Podium is hoe sport betekenis geeft aan een moment van niets. Eén seconde, ja zelfs één tiende van een seconde, volstaat voor een explosie van gevoel. Met een beetje minder overtuiging zou het gerust poëzie kunnen zijn. Podium – Le pouvoir du sport. Tot 10.05 in La Cité Miroir in Luik. citemiroir.be
Dit artikel is alleen toegankelijk voor Zout-abonnees.
Log in als u al abonnee bent of
klik hier als u het wil worden.
Zout bestaat dankzij lezers zoals u. In 2025 zoeken wij 1200 abonnees. Sluit u nu aan!