Op 16 april 1998, drie jaar na de première van zijn immens trieste alcoholisten-meesterwerk Leaving Las Vegas, bekende de Engelse cineast Mike Figgis in een lezing wat zijn grootste, meest gekoesterde artistieke wens was. ‘Het is iets wat ik mijn hele filmcarrière al wilde doen. Namelijk de soundtrack helemaal leeg laten.’ Een absolute, totale stilte. De schuifjes op het mengpaneel naar nul. Alle speakers in de bioscoopzaal volledig verstomd, dat was waar Figgis van droomde. Maar zodra hij dit idee...
aan de geluidsontwerpers van zijn films voorstelde, kreeg hij te horen dat zo’n alom aanwezige filmstilte absoluut taboe was, om dezelfde reden die verbiedt dat acteurs recht in de lens kijken: het is veel te confronterend, veel te direct voor het publiek. Het haalt de toeschouwer hardhandig uit de illusie van de filmervaring. Daarom zijn filmstiltes doorgaans niet compleet maar relatief. Denk bijvoorbeeld aan de vele scènes waarin personages tijdelijk hun gehoor verliezen door een zware explosie, en op de soundtrack in ieder geval nog gedempte dialoog of een tinnitus-achtige piep te horen is. Of denk aan de openingsscène van Once Upon a Time in the West (1968), waar de bedrukkende stilte van de op het station wachtende cowboy-boeven wordt uitvergroot door het extreem nabije gezoem van een vlieg. Filmstiltes, schreef de Hongaarse filmtheoreticus Béla Balázs in 1945, zijn die momenten ‘waarop het tikken van een klok de tijd met mokerslagen in stukken slaat.’ Nicolas Cage en de fles wodka in Leaving Las Vegas Vanwege deze traditie luisterde Figgis gehoorzaam naar zijn sound designers, totdat hij na een reeks grote Hollywoodproducties aan het geluid van Leaving Las Vegas ging sleutelen. Dit pijnlijk intieme drama rondom een man die zichzelf moedwillig dooddrinkt, deze ‘maffe lowbudgetfilm’, zoals Figgis hem zelf noemde, maakte hij op geheel eigen voorwaarden, zonder enige studiobemoeienis. ‘En dus dacht ik: mijn tijd is gekomen. Ik ga eindelijk mijn echte stilte krijgen.’ Figgis voegde daad bij woord, stilte bij beeld, in de scène waar Ben (Nicolas Cage) achter het stuur een fles wodka leeg zuipt en vervolgens in een stripclub een hartaanval lijkt te krijgen. Op dat ogenblik valt plotsklaps, volkomen abrupt, al het rumoer van de club weg – en dat vele tergende secondenlang. Seconden die door de ‘echte’ stilte een eeuwigheid duren. Zeldzaam sterk, hoe Figgis de paniek van zijn tragische held met stilte tastbaar maakt. Alsof dit moment, de scène, de hele film, door Bens paniek wordt vacuümgetrokken. Toch kon het publiek er destijds niet mee overweg, merkte Figgis tijdens de voorstellingen die hij bezocht. De bezoekers werden zich opeens hyperbewust van zichzelf en van de geluiden om hen heen. Een extreem gespannen situatie, observeerde Figgis, ‘en ik vond het fantastisch.’ Als dat ongemakkelijk klinkt, omarm het ongemak dan maar met liefde en ontvankelijkheid Leaving Las Vegas is opnieuw te zien in de Nederlandse filmtheaters, een jaar na zijn dertigste verjaardag. Een mooie gelegenheid voor u om uw eigen stilte-verdraagzaamheid te testen. Van recht in de camera kijkende personages schrikken we anno 2026 niet meer zo snel: dankzij films als Fight Club (1999) en series als House of Cards (2013-2018) is dat een vertrouwde, geaccepteerde conventie geworden. Maar hoe zit dat met absolute filmstiltes? Hoe gewoon en vanzelfsprekend zijn die inmiddels, 31 jaar na Leaving Las Vegas? Mocht u de film gaan kijken, misschien dat uw ervaring dan overeenkomt met die van auteur Eloise Ross, zo fraai verwoord in haar essay over filmstilte: ‘De stilte in een film beperkt me en wil dat ik ook zelf stil word. Ik wil nauwelijks nog bewegen, ik voel me opgesloten in de stille ruimte om me heen, maar moet me ook voorbereiden op wat nog kan komen.’ Als dat hoogst ongemakkelijk klinkt, omarm dat ongemak dan maar met liefde en ontvankelijkheid. En omdat ik als een stilte-therapeut begin te praten, hou ik nu wijselijk mijn mond. Mike Figgis, Leaving Las Vegas (1995). Vanaf 25.06 in de filmtheaters.
Dit artikel is alleen toegankelijk voor Zout-abonnees.
Log in als u al abonnee bent of
klik hier als u het wil worden.
Zout bestaat dankzij lezers zoals u. In 2025 zoeken wij 1200 abonnees. Sluit u nu aan!