Onder de naam Studio Dooie Mus maken Lindsay Zwaan en Jelle Stiphout posttraumatisch theater. JOEP VOSSEBELD wil weten waar dat zoal over gaat. ‘De personages komen er in de voorstelling niet uit, als publiek kom je er wel uit.’ Ze ontmoetten elkaar aan de Toneelacademie in Maastricht, waarna hun carrières verschillende kanten uitwaaierden. Lindsay Zwaan heeft een hoofdrol in de NPO-serie Bodem, Jelle Stiphout speelde in de musical van de Winter Efteling. Maar hun voorliefde voor grotesk, beeldend theater komt...
vooral tot uiting in hun theatercollectief Studio Dooie Mus. De samenwerking leidde tot uiteenlopende voorstellingen als De vergadering, een komische anatomie van vergaderrituelen, en K-Hole, een duister verhaal over volwassen worden en terugverlangen naar de kindertijd. Lindsay Zwaan (r) en Jelle Stiphout: ‘Trauma gaat juist heel erg over wat in je lijf zit. Hoe je niet de juiste woorden vindt.’ foto Annemiek Mommers Jullie doen van alles: acteren, zingen, regisseren, decors bouwen. Is er een rolverdeling? Lindsay: ‘Theatermaken vind ik heel leuk, maar om zelf de eindverantwoordelijke te zijn vind ik moeilijk. Vandaar dat ik liever in een collectief opereer. Ik ben een makende acteur: heel veel dingen bedenken en dan zeggen: kies maar. Ik zit net te denken waarom ik Jelle nou als regisseur voor mijn afstudeervoorstelling had gevraagd, want dat was vooraf helemaal niet het plan. Ik had mezelf opgesloten in een ruimte en alleen een skippybal meegenomen. ‘Huppakee’, dacht ik, ‘daar gaan we, alle vrijheid! Na de eerste dag belde ik al: “Help, ik heb je nodig”.’ Jelle: ‘En ik vind kiezen weer juist heel fijn, dat ik op iets mag reageren. Dat ik kan zeggen: nu iets naar links. Of: dit is waarschijnlijk een onmogelijke opdracht, probeer dat maar eens een kwartiertje. Daar komt vaak iets uit waar je op kan doorwerken.’ Hoe is het om als acteur zo te werken? Lindsay: ‘Het is niet per se een rol, eerder een soort spel. En een spel bestaat vooral uit afspraken, dus als makers bepalen we vooral de afspraak van de scène. Wat het heel leuk maakt om te spelen, omdat je altijd in het moment zit.’ Jelle: ‘Het is een poging om af te komen van de eeuwige ‘waarom-vraag’ in de kunst. Psychologie is niet logisch: je kan het hebben over doperwtjes en dat die je doen denken aan je grootmoeder en dat je daarom nooit je bord leegeet. Interessant, maar dat gaat niet over logica. Ik wil dus die waaromvraag weg hebben, ik wil naar het hoe. Als je een scène bekijkt als een spelletje, kom je ook tot dramaturgie. Bijvoorbeeld: je schudt elkaar de hand, net zo lang tot je het zat bent en dan ga je nog even door. En geen van twee mag opgeven.’ Lindsay: ‘Dan staat er dus echt iets op het spel. Je speelt, maar het komt vanuit een reëel iets. Een voorstelling als De Vergadering bestaat niet uit een script, maar uit afspraken en is daarom altijd anders.’ Jelle: ‘Als je het vaak doet, dan komt de emotie vanzelf, juist omdat het reëel is. Een van de acteurs moet zijn jas uittrekken, maar het moet eruitzien alsof hij niet weet hoe dat moet. Die zegt dan: “Ja, maar na vijf keer weet ik wel hoe het moet.” Dan moet je als acteur zorgen dat het je toch niet lukt. Dan komt er frustratie, maar niet op een bedachte manier.’ ‘Vandaag gaat het niet lukken’ – dat is een goed uitgangspunt Waar komt die term posttraumatisch theater vandaan? Jelle: ‘Dat begon als een spreekfout, ik wilde eigenlijk post-dramatisch zeggen. Ik vond het goed passen. Als maatschappij komen we uit collectieve trauma’s. Oorlogen, de pandemie. Zelfs als we er niet direct mee in verband zijn geweest, voelen we het nog wel. Maar het gaat ook over hoe je omgaat met persoonlijke trauma’s.’ Lindsay: ‘Het heeft ook met jou als maker te maken, toen je zei: “Ik ben er weer”.’ Jelle: ‘In het eerste jaar op de Toneelacademie kreeg ik te horen dat ik misschien niet verder mocht. Toen knapte er iets. Op een dag ben ik toen naar de huisarts gewandeld in plaats van naar school en is er een traject gestart. Ik bleek al jaren depressief te zijn. De allerlaatste dag van de opleiding ging ik van mijn medicijnen af. Ineens kwam de wereld binnen. We zaten in een café en ik vroeg aan Lindsay: “Hoor je je gewicht op je voeten te voelen? Is dat de bedoeling”?’ Lindsay: ‘Hij zei toen letterlijk: “Volgens mij besta ik nu”.’ Jelle: ‘Daarvoor had ik zoiets alleen bij grote gebeurtenissen gevoeld. Bij een staande ovatie of tijdens een auto-ongeluk. Ik heb een leven voor en na mijn trauma. Wat niet betekent dat posttraumatisch theater over psychologie gaat, trauma gaat juist heel erg over wat in je lijf zit. Hoe je niet de juiste woorden vindt. Dat vind ik fijn aan wat we maken. De personages komen er in de voorstelling niet uit, als publiek kom je er wel uit. Omdat je er even om mag lachen. Bijvoorbeeld in De vergadering, daar schudden we heel veel handen. Achteraf komen mensen dan naar me toe: “Ik weet niet meer hoe ik dat moet doen. Ik kan alleen maar in de lach schieten als iemand een hand naar me uitsteekt.” Goed zo, dan zijn we weer aan het nadenken, want het is ook heel raar om elkaar de hand te schudden. We doen zoveel op de automatische piloot, maar je moet daar altijd uit proberen te komen. Uit die groef in de plaat, uit the grind of life. Tenzij je je daar comfortabel voelt natuurlijk.’ Lindsay: ‘Ik durf er ondertussen op te vertrouwen dat hoe ik het zie al uniek genoeg is, en dus niet de logische keuze voor iemand anders is. Het is immers mijn zienswijze. Dan lees ik een script en denk: dit moet het zijn. Het komt voor dat een regisseur dan zegt: “Ik had iets heel anders in mijn hoofd – verrassend dit”.’ Jelle: ‘Gewoon vertrouwen op dat wonderlijke brein dat wij allemaal hebben en dat dat bijzonder genoeg is. Soms reageren mensen daar dan ook weer bijzonder op. Bij K-Hole kregen we vaak te horen: “Jullie mind is echt fucked up”.’ Lindsay: ‘K-Hole begon vanuit het idee dat ik het moeilijk vond dat ik geen kind meer ben. Het verlangen naar het onbezorgde, het niet vooruit hoeven denken. Er zit een rijdende roze berg in het stuk en wolken met afgehakte knuffelhoofden erachter die een dialoog voeren over hoe ze levend zijn gegrild en vermoord. In hun wonden zitten papiertjes met daarop een slecht recept voor appeltaart. We hebben heel veel lol gehad met het schrijven van deze tekst.’ En nu? Jelle: ‘Creativiteit gaat over de durf om het antwoord uit te stellen. Ik weet hoe ik een jas uittrek, maar dat ga ik niet doen. Wij weten hoe je een theaterstuk maakt, dat hebben we op school geleerd, maar dat gaan we niet doen. Laat het eens niet lukken. “Vandaag gaat het niet lukken.” Dat is een goed uitgangspunt, pas dan kom je op iets heel leuks.’ Lindsay: ‘In die valkuil kan ik nogal eens trappen, dat het wél moet lukken, dat ik een antwoord moet hebben.’ Jelle: ‘Deze tijd is daarin erg gevaarlijk. Ik ben nu 35. En, is het al gelukt, moet je jezelf dan vragen. Tuurlijk niet. Wat moest er dan lukken? Alles wat ik op mijn 18de vond wat ‘lukken’ zou moeten zijn, heb ik gedaan. Niet met groot succes of zo, maar toch. Klaar. En dan?’ Lindsay: ‘Dus nu zijn we per ongeluk onze dromen aan het aftikken.’ Studio Dooie Mus, De vergadering. Op 20.06 in Theater Dok 6 in Panningen.
Dit artikel is alleen toegankelijk voor Zout-abonnees.
Log in als u al abonnee bent of
klik hier als u het wil worden.
Zout bestaat dankzij lezers zoals u. In 2025 zoeken wij 1200 abonnees. Sluit u nu aan!