De geschiedenis van het paard vertelt misschien meer over de mens dan over het dier zelf. LUDO DIELS trok naar Aken om zijn angst voor het paard, inspiratiebron voor kunstenaars, machthebbers en dromers, te overwinnen. Dat het paard, het meest afgebeelde dier in de westerse kunstgeschiedenis, deze zomer de hoofdrol speelt in drie Akense musea is niet toevallig. De stad viert het honderdjarige bestaan van het Concours Hippique International Officiel, kortweg CHIO, het grootste hippische evenement ter wereld. Deze maand...
worden er ook nog eens de WK Paardensport gehouden. Tussen die twee ankerpunten beschouwt Das Pferd. Drei Museen de culturele betekenis van een dier dat al eeuwenlang een inspiratiebron is voor kunstenaars, machthebbers, gelovigen en dromers. Het Suermondt-Ludwig-Museum presenteert de expositie Das Glück dieser Erde. Dürer, Rubens, Goya: Pferde in der Kunst. In het eerbiedwaardige museum ademt alles de rust van een contemplatief leven – tot we, door een toevallige route, stuiten op een werk van de Vlaamse Berlinde De Bruyckere, eigenlijk bedoeld als shockerend slotakkoord van de tentoonstelling. Bij De Bruyckere geen ruiterstandbeeld of trotse hengst. Geen symbool van macht of vrijheid, noch mythische verschijning. Geen dier dat koningen draagt, veldslagen beslist of springparcoursen wint, maar een kadaver. Even afstotelijk als fascinerend. Even luguber als ontroerend. Het edele dier, teruggebracht tot materie. Tot iets wat even goed herinnert aan sterfelijkheid als aan een slagerij. Het einde van het paard als idee. Max Liebermann, Le Cavalier sur la plage (1904). Musée des Beaux-Arts / La Boverie, Liège De presentatie Tradition – Innovation – Emotion. 100 Jahre CHIO, verdeeld over Centre Charlemagne en het Ludwig Forum für Internationale Kunst, toont in filmische installaties de complexe verhouding tussen mens en paard: tussen zorg en controle, nabijheid en macht. De tentoonstelling ontleent haar titel aan de indringende film Centaur (2020) van de Duits-Iraanse kunstenaar en cineaste Yalda Afsah over de dunne scheidslijn tussen zorgzaamheid en beheersing, tussen liefde voor dieren en de menselijke behoefte om ze te sturen. Samen vertellen de drie musea een verhaal dat dieper reikt dan sport, folklore of kunstgeschiedenis. Het is het verhaal van een dier dat eeuwenlang aan de zijde van de mens heeft gestaan en daardoor misschien wel meer over ons vertelt dan over zichzelf. Volgens een sage over de stichting van Aken ontdekte Karel de Grote de warmwaterbronnen van de stad toen zijn paard tijdens een jachtpartij in een moerassige bodem wegzakte en warm water naar boven spoot. Of het werkelijk zo gebeurde, is minder belangrijk dan wat de legende vertelt. Zo kwam het dat het paard in de geschiedenis van Aken niet als figurant maar als hoofdrolspeler verschijnt. Dat culturele gewicht vormt het uitgangspunt van de presentatie in het Suermondt-Ludwig-Museum. In Das Glück dieser Erde zijn ruim honderdvijftig werken samengebracht waarbij is gekozen voor een breed cultuurhistorisch perspectief. Het paard verschijnt als werkdier, oorlogspartner, statussymbool, heilige begeleider, sportkameraad en vrij wezen. Niet één betekenis staat centraal; juist de rijkdom aan betekenissen vormt de rode draad. Het begrip paardenkracht krijgt in Aken betekenis als fundament onder een economische geschiedenis Dat de meeste werken afkomstig zijn uit de eigen collectie maakt dat de tentoonstelling op haar best is waar ze dicht bij Aken blijft. Een van de meest overtuigende werken is het monumentale portret van een trekpaard uit de Akense textielindustrie. Het dier staat er niet als anoniem gebruiksvoorwerp, maar als een met waardigheid geschilderd individu. Alsof de schilder begreep dat de geschiedenis van een stad wordt geschreven door ondernemers en uitvinders én door de dieren die het zware werk verrichtten. Hier krijgt het begrip paardenkracht een onverwachte betekenis. Niet als sportieve prestatie of trekvermogen, maar als fundament onder een economische geschiedenis. Das Glück dieser Erde schenkt veel aandacht aan de familie Suermondt, en ook dat is een goede greep. De naamgevers van het museum waren verzamelaars van kunst en ook actief in de paardensport en paardenfokkerij waardoor een interessante wisselwerking ontstaat tussen de lokale geschiedenis en de kunstgeschiedenis. De tentoonstelling maakt duidelijk waarom Aken zich zo sterk met paarden identificeert. Onbekende kunstenaar, Illustration zu einem Märchen. Suermondt-Ludwig-Museum. foto Philemon Reich De universele blik keert terug waar het gaat over de rol van het paard in de oorlog. In de werken van Goya en Max Klinger en in de verwijzingen naar Picasso en Marino Marini verliest het paard, als slachtoffer van menselijke ambities, zijn heroïsche glans. Miljoenen paarden stierven tijdens de Eerste Wereldoorlog. Hun lot kreeg weinig aandacht door de omvang van de menselijke tragedie die de oorlog ook was, maar kunstenaars begrepen dat het paard een unieke emotionele brug vormt tussen mens en oorlog. Voor soldaten waren paarden geen machines maar metgezellen. Juist daarom krijgen hun verwondingen en hun dood in deze werken zo’n aangrijpende zeggingskracht. Toch wringt er ook iets. De tentoonstelling schermt nadrukkelijk met Dürer, Rubens en Goya als de lokkers. Een Rubens uit privébezit hangt in een lijst die bijna meer aandacht opeist dan het schilderij zelf. De kwaliteit van deze tentoonstelling schuilt echter niet in de bijdrages van deze in de titel genoemde coryfeeën; het zijn de minder bekende werken die blijven hangen. Het trekpaard. De Amazone. De oorlogsslachtoffers. De paarden van Wolfgang Binding. Marcel Walldorf, Nobody’s Perfect. foto Waldemar Brzezinski Ook de keuze voor de rol van het paard in de Europese kunstgeschiedenis roept vragen op.. De beroemde paarden van de Tang-dynastie, de ruiterculturen van Centraal-Azië en de Perzische miniaturen ontbreken volledig. De geschiedenis die hier wordt verteld is, hoe boeiend ook, een in eurocentrisme gedrenkte geschiedenis. Wanneer we aan het einde van het bezoek opnieuw langs het werk van Berlinde De Bruyckere lopen, lijkt de tentoonstelling zich desalniettemin samen te trekken tot één universeel perspectief. Eeuwenlang projecteerde de mens zijn dromen op het paard. Macht. Adel. Vrijheid. Geloof. Heldendom. Sportieve perfectie. Maar onder al die betekenissen blijft hetzelfde dier schuilgaan. Kwetsbaar. Sterfelijk. En ook gracieus en sierlijk. De verdienste van Das Pferd. Drei Museen is dat de tentoonstelling nergens pretendeert een definitieve geschiedenis van het paard te vertellen. Het thema is te groot, en de geschiedenis te veelomvattend. Wat de presentatie wel duidelijk maakt is waarom het dier al eeuwenlang zo’n uitzonderlijke plaats inneemt in onze verbeelding. Das Glück dieser Erde. Dürer, Rubens, Goya: Pferde in der Kunst. T/m 23.08 in het Suermondt-Ludwig-Museum. Centaur-Mensch und Pferd. T/m 23.08 in Ludwig Forum Aachen. Tradition-Innovation-Emotion 100 Jahre CHIO. T/m 23.08 in Centre Charlemagne.
Dit artikel is alleen toegankelijk voor Zout-abonnees.
Log in als u al abonnee bent.
Klik hier als u abonnee wil worden - voor 6,60 euro per maand ontvangt u het kunst- en cultuurmagazine voor het Zuiden. Sluit u nu aan!