Zes ontwerpers uit Antwerpen deden midden jaren tachtig een gooi naar roem in Londen. Zij waren de voorlopers van wat vandaag de dag de Belgische modescène heet. Wie waren ze? En wat is er van ze geworden? VEERLE WINDELS zet de zes carrières op een rij. De Zes van Antwerpen, 1987. V.l.n.r. Ann Demeulemeester, Dirk Van Saene, Marina Yee, Dries Van Noten, Walter Van Beirendonck en Dirk Bikkembergs; gepubliceerd in WWD. foto Philippe Costes Dries Van Noten, Ann Demeulemeester, Dirk...
Bikkembergs, Dirk Van Saene en Marina Yee studeerden in 1981 af aan de modeafdeling van de Antwerpse Academie voor Schone Kunsten. Een jaar ervoor had Walter Van Beirendonck zijn diploma gehaald. Vijf jaar later huurden ze samen een vrachtwagen en vertrokken ze met hun collecties in groep naar de modeweek van Londen. Ze zouden dat drie seizoenen op rij doen. Omdat de Britse pers hun namen niet uitgesproken kreeg, werden ze al snel The Antwerp Six genoemd. Tijdens de modeweek van oktober 1988 in Parijs zouden ze zich nog eens samen presenteren, het was voor het laatst. Een seizoen later gingen ze hun eigen weg. De ene keer nodigde hij uit naar een verlaten markt, een andere keer naar een leeggelopen zwembad Dries Van Noten (1958) kwam uit een familie van mode-ondernemers. Van kleins af aan mocht hij met zijn ouders mee naar modebeurzen en kwam hij in ateliers van ontwerpers. Van de Zes was hij de eerste designer die een eigen winkel opende, het Modepaleis in Antwerpen, en tijdens de modeweek van Parijs uitpakte met een eigen show. De ene keer nodigde hij uit naar een verlaten markt, een andere keer naar een leeggelopen zwembad. Altijd zorgde hij voor een toetje: soms was dat een frisse pint, soms een pakje Belgische friet. Los van die anekdotiek was er telkens de consistentie in zijn collecties: jonglerend tussen sportswear en luxedetaillering, vaak geïnspireerd op kunstenaars. Van Noten combineerde bloemenbedrukkingen met strepen en haalde meer dan eens inspiratie bij etnische volkeren en verre culturen. Zijn bekendste show vonden plaats op de tonen van Ravels Boléro. Die keer liepen modellen op een 140 meter lange tafel – het was zijn 50ste show, de grote doorbraak. Er zouden er nog eens meer dan vijftig volgen. Intussen bouwde Van Noten verder aan zijn succes met eigen winkels in onder meer Parijs en Los Angeles. In juni 2018 verkocht hij zijn firma aan het Spaanse luxeconcern Puig. Twee maanden geleden opende hij in Venetië de Fondazione die zijn naam draagt. Ook Walter Van Beirendonck (1957) durft te spelen met kleuren en etnische volkeren, met een gedurfde uitwerking, op het extreme af. Van bij het begin van zijn carrière laveert hij tussen kinderlijke fantasie/naïviteit en seksuele thema’s. In de jaren 90 waren zijn modeshows groots opgezette spektakels, toen hij voor de Duitse jeansfabrikant Mustang de collectie Wild & Lethal Trash tekende – afgekort W<. In 1997 mocht hij voor de tournee van Bono en zijn band U2 de kostuums tekenen, wat hem heel even wereldfaam bezorgde. Museum Boymans-Van Beuningen in Rotterdam organiseerde met Kiss the Future! een expo over zijn oeuvre in 1998; in 2017 cureerde hij zelf de expo Powermask in het Wereldmuseum in dezelfde stad. Recentelijk bezorgde hij bij C-mine in Genk een speeltuin voor kids. Meer dan 35 jaar gaf Van Beirendonck les aan de modeafdeling van de Antwerpse Academie. Hij is de enige van de Zes die nog steeds zijn eigen modelijn tekent. De voorbije jaren focust hij op herenmode – al ogen veel van zijn ontwerpen uniseks. Dirk Van Saene, collectie herfst/winter 1998-1999 © foto Dirk Van Saene Hoe anders is de wereld waarbinnen Ann Demeulemeester (1959) jarenlang floreerde. Wie haar online opzoekt, krijgt veelal zwart-wit beelden te zien, gemaakt door haar compagnon de route Patrick Robyn, die van bij het begin de beeldtaal rondom haar oeuvre vastlegde. Anns kleren ademden rust, ze etaleerden een kracht die vaak werd gedefinieerd als androgyn. En wie kent niet haar muze, Patti Smith? Demeulemeester bouwde haar collectie uit tot een eigen universum, met een eigen flagshipstore in Antwerpen, een schoenenlijn en zelfs juwelen en twee tafels. Ze had moeite met de snelheid waarmee ze nieuwe collecties op de markt moest brengen en verkocht haar bedrijf – vandaag is het in handen van het Italiaanse Antonioli. Intussen verfijnt ze haar vormentaal in designprojecten, maar mode maakt ze niet meer. Dirk Bikkembergs (1959) had van bij het begin grootse dromen – ze begonnen na het zien van een fotoreportage in mannenblad GQ, waar viriliteit centraal stond. Ooit showde hij in voetbalwalhalla Camp Nou in Barcelona en vertelde hij dat hij de nieuwe Nike wilde worden. Voor zijn shows in Milaan liet hij voetballers van FC Fossombrone opdraven, de ploeg die hij had gekocht om zijn collecties op te modelleren. Zo toonde hij echte mannen op de catwalk, stoere binken met gespierde bovenbenen. In de befaamde Gouden Driehoek van Milaan opende hij een immense flagshipstore, opgevat als appartement van een sportman, compleet met slaapkamer, garage en witte Porsche. De badkamer was bekleed met de roze pagina’s van het dagblad La Gazetta dello Sport. De gooi naar vrouwenmode was minder succesvol, al maakte dat weinig verschil toen Zeiss Internationaal zijn bedrijf wilde kopen. Zijn voetbalschoenen bleven een hit. Vandaag geniet Bikkembergs van het leven tussen Brazilië en Zuid-Afrika. Walter Van Beirendonck, Wink With Starry Eyes, Spring/Summer 2026 © foto Alex Conu Vanaf zijn eerste shows in Parijs liet Dirk Van Saene (1959) zijn kijk op vrouwelijke elegantie zien. Vaak was die gesteund op handwerk en coupe, de intieme basiswaarden van de couture, het metier dat hem zo na aan het hart lag. Van Saene maakte zijn avant-garde collectiestukken op zijn favoriete model Ghislaine Nuytten, die ook steevast in zijn showroom in Parijs aanwezig was en de ontwerpen naar een nog hoger niveau tilde. Voor Van Saene, de levenspartner van Van Beirendonck, mocht mode meer aan poëzie winnen. Dat duidde op zijn kunstenaarschap, net als Demeulemeester had hij het niet zo op het harde ritme in de mode en de vele businessperikelen. Geregeld sloeg hij een seizoen over, wat hem commercieel niet op voordeel kwam te staan; het maakte geen gefrustreerd mens van hem. Zijn modejaren waren een opstapje naar zijn beeldend werk dat hem de voorbije vijf jaar internationaal liet scoren. Dat het mooiste van Marina Yee (1958-2025) nog moet komen is haast een zekerheid. Yee was de meest vrije ontwerpster van de Zes. Ze liet zich niet kooien, hield niet van etiketten, had moeite met vaste deadlines en fabrikanten die alles wilden vereenvoudigen. Ze was een felle vrouw, met hoogtes en laagtes. Evenmin gefrustreerd omdat ze nooit het echte succes van de andere Antwerpse designers beleefde, ook al had haar modelijn de voorbije seizoenen wel weer heel wat fans; haar lijn loopt trouwens verder, met dank aan haar rechterhand Rafaël Adriaensens. Yee liet stapels tekeningen na, goed voor vele postume collecties. Ze was de vrouw van de recup, van de deconstructie, van no-nonsense vrouwelijkheid die ze vaak etaleerde in nevenprojecten voor theater en dans. Ze was een doorzetter en door al die dingen samen de muze van velen. Niet het minst van die Zevende, Martin Margiela, de Genkse ontwerper die zich zelden publiekelijk toont en tegenwoordig al even anoniem in de kunstwereld actief is – maar dat is voer voor een ander verhaal. De Antwerpse Zes. Tot 17.01 in het ModeMuseum in Antwerpen. momu.be Het gecancelde boek over De Zes Het boek De Zes dat Oscar van den Bogaard schreef over de Antwerpse ontwerpers is niet bij alle betrokkenen in goede aarde gevallen. De in Vlaanderen wonende Nederlander, auteur van boeken als Kindsoldaat en In de naam van de zoon, dook twee jaar in de levens van de zes modemakers. De vriendschappen, de eerste successen, de moeilijke momenten, de liefdes, de verkleedpartijtjes: Van den Bogaard beschrijft hun wonderjaren aan de hand van de verhalen die hem in die periode ter ore zijn gekomen. Het MoMu heeft zich gedistantieerd van het boek en het uit de museumshop gehaald. De Zes is intussen toe aan de tweede druk.
Dit artikel is alleen toegankelijk voor Zout-abonnees.
Log in als u al abonnee bent of
klik hier als u het wil worden.
Zout bestaat dankzij lezers zoals u. In 2025 zoeken wij 1200 abonnees. Sluit u nu aan!