Midden 19de eeuw begonnen ambachtslieden meer werk te maken van het ontwerpen van stoelen. En daarna architecten, kunstenaars, ontwerpers. Aanvankelijk maakte de stoel deel uit van een Gesamtkunsterk, later steeds minder. In het Horta Museum staan 31 historische stoelen ze om te bekijken. Terwijl ze, vindt ook YVONNE COX, toch bedoeld zijn om in te zitten. Er zullen zeker mensen jaloers zijn wanneer ik vertel dat ik in een art-decohuis woon. Maar voor iedereen die nu in een label A-woning...
groen zit te wezen, denk ook: intens krakende vloeren, gebarsten plafonds, loszittende tegels, hitte die zich in de zomer achter de houten ramen ophoopt en winterkoude die door kieren en onder deuren door binnen giert. Het huis in kwestie staat in Antwerpen, waar woningen van honderd jaar oud minder uitzonderlijk zijn dan in Nederland. Wie wat bewaart, heeft wat. En waar geen geld is, blijft alles lang hetzelfde. In het immense Brussel staan er dus nog veel meer. Soms liefdevol gerestaureerd, meestal in pijnlijk slechte staat. Altijd mooi. Ligstoel Lido (circa 1935) van Battista en Gino Giudici. foto Antoine Grenez Ons huis heeft gipsen knikkertjes in de plafondomlijstingen en cementen boeketten in de gevelsteen. Druiventrossen hangen rijkelijk af, buiten langs de ramen. In het talloze glas- en lood vind je naast een zee en een zeilboot ook volle fruitmanden en vreemd genoeg paars gemarmerde zuilen die bijna Egyptisch aandoen. Op de fraai gedraaide trap liggen messing leggers, de houten verwarmingskasten hebben opengewerkte bloemendetails. Verder is het een strakke bouw. Of het art deco is, zoals we de stadsgids horen zeggen die af en toe langsloopt, betwijfel ik na het zien van de piekfijne kabinetsopstelling van 31 stoelen in het Brusselse Horta Museum. De titel heeft een duidelijk vraagteken: Art Nouveau versus Art Deco? En dat geldt dus ook voor ons huis. Het valt in ieder geval onder de noemer moderniteit, de honderd jaren tussen 1850 en 1950. Maar goed, dat begrip kan dat net zo goed slaan op de Catalaanse beweging rond Gaudí als op de aanhangers van Bauhaus, stijlen die nogal diametraal tegenover elkaar staan. Zoals altijd verhult een stijlkwalificatie meer dan ze verduidelijkt, maar kan het niet anders. En dat geldt dus ook voor de stoelen hier, die in een zijkamer in Horta’s eigen woning en atelier, chronologisch staan opgesteld als een kleine geschiedenis van… jawel, de moderniteit. Van art deco en art nouveau ook. Leuk weetje: het Horta huis werd in amper drie jaar gebouwd, van 1898 tot 1901. Maar tegelijk zijn ze het wel al zestig jaar aan het restaureren. Dat is ook typisch Belgisch. De tot in de puntjes gerestaureerde stoelen zijn van de allergrootste architecten, ontwerpers en kunstenaars. Van Aalto tot Breuer, van Eames tot Juhl en Loos, van Perriand tot Prouvé, van Van de Velde tot Wright en natuurlijk van Victor Horta (1851-1947), de Belgische grondlegger van de art nouveau. Al die stoelen zo bij elkaar laten zien hoeveel omwentelingen, buitelingen beter, in architectuur en kunst elkaar in hoog tempo opvolgden. Wie wat bewaart, heeft wat. En waar geen geld is, blijft alles lang hetzelfde De ontwerpers, mannen en een enkele vrouw, keerden zich af van het historisch kopiëren in stijlen als neogotiek, neorenaissance en neobarok en zochten liever inspiratie in de natuur, in ambachten, in verre culturen en uiteindelijk ook in de machine. Industrie, techniek en nieuwe sociale verhoudingen vroegen om een andere vormentaal. Dat zie je hier bijna letterlijk gebeuren. Je ziet ook de grote variatie. Meteen, bam! En de overlap. Want de eerste twee stoelen zou ik never ever bij elkaar in een huis zetten, maar horen allebei bij Victor Horta, op twee momenten in zijn carrière. De eerste is toch wel zuivere art nouveau, uit 1898. Houtsnijwerk slingert zich als lianen langs de stijlen en dwarsverbindingen. De zijden stoffering heeft iets elegants, maar ook iets salonnerigs. Dat klopt ook. Horta ontwierp de stoel voor de steenrijke Armand Solvay; voor zijn herenhuis dat van boven tot onder door Horta werd gedaan. De tweede fauteuil lijkt uit een andere wereld. Brede vlakken kostbaar hout, rechte hoeken en kwartcircels. Hier kun je in wegzakken. De stoel mag dan van een anonieme ontwerper zijn, hij maakte wel deel uit van Horta’s belangrijkste art decogebouw: het Paleis voor Schone Kunsten uit 1928, in de volksmond ‘den Bozar’. Horta stond bepaald niet stil, en zijn gebouwen veranderden mee. Van totaalontwerpen ging hij naar een moderniteit waarin architectuur en meubilair niet langer vanzelfsprekend één geheel vormden. Nog niet zolang geleden was in Bozar een tentoonstelling met werk van Suchan Kinoshita. Hoe fijn ook, ik liep vooral gebiologeerd naar een zitje achterin waar twee van die ‘anonieme’ beautés stonden, met een salontafeltje ertussen. Je kon even plaatsnemen en de kleine kijkertjes van Kinoshita die er lagen uitproberen. Ik ging zitten. En bleef er even. Aaide de leuning en dacht, wat is dit mooi. En nu kijk ik naar diezelfde stoel, achter glas. En begrijp wat een stoel betekent: huiselijkheid, vormelijkheid en vernieuwing. En dat voor iets simpels met vier poten. In Bozar staan er dus nog een paar, gewoon waar ze voor bedoeld waren. Belgen zijn daar goed in; houden wat heel is, wat mooi ontworpen is. Ze laten het dienst doen. Blik op de expositie. foto Thomas Lancz Terug voor de rij van 31 stoelen kijk ik ernaar zoals je naar stoelen in de Ikea staart. Met vooral de vraag, welke zou ik willen hebben? Welke is eigenlijk heel raar? Welke is nog altijd prachtig? En van welk materiaal zou deze of de ander gemaakt zijn? Eén ding is zeker; kiezen is verliezen. De sierlijke stoel van Adolf Loos, uit 1899, voor het Café Museum in Wenen is zeker een kanshebber. Als eetkamerstoel. Of als slaapkamerstoel de Le Corbusier uit 1914, in mahonie en rietwerk. Zo elegant. De ideale hang-leesstoel lijkt me de Chieftain Chair van Finn Juhl, uit 1949, van teak en leer. De strenge, harde, koude stoelen van Frank Lloyd Wright, Jean Prouvé en Gerrit Rietveld laat ik staan. Tenzij ‘voor de heb’ natuurlijk. Omdat het iconen zijn. Maar niet om lekker in te zitten. Waardoor ik denk aan de flamboyante fauteuil die vroeger in ons huis stond, waar wij ons als kinderen in opkrulden. De stoel die mijn moeder lelijk vond. Glanzend, decadent. Mijn moeder zou de Chamrousse van Charlotte Perriand gekozen hebben: licht, eenvoudig. Van eik en stro. Mijn vader koos groot en luxueus. Van exotisch hout, in een fluwelen stof. Na hun dood bleef de stoel lang in de schuur staan. Wie hem wilde mocht hem hebben. Dat werd onze oudste dochter. Ze moest en zou. Evengoed heeft ze er nog altijd geen plaats voor, in haar krappe achterkamer in Amsterdam. En blijft ze zeggen ‘voor later’; hij staat dus nog bij ons. We hebben hem opnieuw laten stofferen, in dezelfde kleur maar in tweed. Ook het kostbare hout is gerestaureerd. Bij nader inzien bleek het een Giorgetti te zijn, een merk bekend om de vele referenties aan art deco en art nouveau. Hij past als een handschoen in het huis. Ik, als ik me erin nestel om te lezen. Ze zal hem moeten komen stelen wanneer ik slaap, want ik geef hem niet graag meer af. Ik kijk ook naar de mensen die met me mee naar boven zijn gelopen, naar dit kleine zijstapje in dat beroemde huis. Natuurlijk zijn er designstudenten, met een tekenblok onder hun arm. Ik spreek een koppel architecten uit Gent en twee Amerikanen die zo bezeten zijn van de Brusselse rijkdom aan art deco en art nouveau dat ze voor langere tijd in de stad logeren en met een zelfgemaakte afstreeplijst rondlopen. Ze kennen het Horta huis beter dan de meeste vrijwilligers die je vriendelijk uitleggen wat de uitdrukking ‘olifant in een porseleinkast’ betekent in een historisch huis zonder afzetlinten en afgebakende looproutes. De Amerikanen bestuderen na eerder het huis nu de stoelen. Misschien is Art Nouveau versus Art Deco? een expo voor liefhebbers, maar toch ook voor mensen die willen begrijpen hoe iets gemaakt is. Je zit de volgende dag toch anders in je stoel. Art Nouveau versus Art Deco?, 1850-1950: een eeuw in 31 zetels. Tot 11.01 in het Horta Museum in Brussel. hortamuseum.be
Dit artikel is alleen toegankelijk voor Zout-abonnees.
Log in als u al abonnee bent.
Klik hier als u abonnee wil worden - voor 6,60 euro per maand ontvangt u het kunst- en cultuurmagazine voor het Zuiden. Sluit u nu aan!